5 tips voor een hoger pensioen

2018-12-11T18:27:21+00:00 11 december 2018|Pensioen|

Kent u het gemiddelde wettelijk pensioen van een zelfstandige in België? € 860  netto per maand. Voor velen een aanzienlijke vermindering van hun inkomsten in vergelijking met hun huidig maandelijks inkomen. Wilt u op pensioenleeftijd uw huidige levensstandaard kunnen behouden? Dan zal u reeds tijdens uw actieve loopbaan stappen moeten ondernemen. In deze bijdrage worden vijf concrete tips toegelicht richting een hoger pensioen.

Tip 1: Begin er op tijd aan

Aan het begin van zijn carrière heeft de doorsnee burger niet onmiddellijk de reflex om al aan zijn pensioen te denken. Nochtans, vroeg begonnen is half gewonnen. Hoe vroeger men begint met sparen, hoe hoger het uiteindelijke pensioenkapitaal zal zijn en hoe kleiner uw spaarinspanning hoeft te zijn. Niet alleen omdat gedurende meer jaren geld opzij wordt gezet, maar ook door de kracht van rente op rente (zgn. intrestkapitalisatie). Immers, niet alleen uw initieel gespaarde bedrag rendeert, ook het rendement op uw inleg zelf rendeert. Over een lange periode zorgt dit voor een waar ‘rentesneeuwbaleffect’.

Tip 2: Doe aan (het juiste) pensioensparen

Als u wil sparen voor uw oude dag, dan ligt het systeem van het fiscale pensioensparen voor de hand. Maar ziet u door het bos de bomen nog? Hoeveel stort u het best? Welk type contract kiest u het best? Wanneer stopt u met stortingen te verrichten?

Een pensioenspaarcontract afsluiten is interessant vanwege het directe belastingvoordeel dat de stortingen opleveren in de personenbelasting. Sinds 2018 bestaan er twee regimes om aan pensioensparen te doen.

  • Optie 1: u kiest om maximaal € 960 te storten en geniet een belastingvermindering van 30% (te verhogen met gemeentelijke opcentiemen).
  • Optie 2: u kiest om maximaal € 1.230 te storten en geniet een belastingvermindering van 25% (te verhogen met gemeentelijke opcentiemen).

Hoewel de jaarlijkse belastingvermindering bij de laatste mogelijkheid iets hoger is in vergelijking met de eerste optie, kiest u doorgaans toch best voor het maximum van € 960. Op de leeftijd van 60 jaar wordt immers een anticipatieve heffing van 8% ingehouden op het opgebouwde kapitaal. Deze heffing doet het fiscaal voordeel in de tweede mogelijkheid volledig teniet en maakt het zelfs negatief. Onderstaand schema verduidelijkt dit (abstractie maken van het rendement gedurende de looptijd):

Toch kan het soms interessant zijn om het maximaal bedrag van € 1.230 te storten. Onder meer voor wie reeds meer dan 60 jaar is, kan dit in bepaalde omstandigheden nuttig zijn.

Bij het pensioensparen heeft u daarbovenop de mogelijkheid om te opteren voor een pensioenspaarverzekering of een pensioenspaarfonds, elk met hun eigen kenmerken en belastingregime. Binnen deze beide mogelijkheden heeft u bovendien nog eens de keuze uit verschillende beleggingsvormen. Welke mogelijkheid voor u het meest aangewezen is hangt af van uw beleggingshorizon en beleggersprofiel.

Tip 3: Benut alle fiscale ruimtes

Om mensen er toe aan te zetten om zelf een pensioenkapitaal op te bouwen, heeft de wetgever tal van fiscale stimuli ingevoerd, en dit zowel binnen de zogenaamde tweede als derde pensioenpijler.

In de tweede pensioenpijler bouwt u professioneel een aanvullend pensioen op. Ofwel via uw werkgever ofwel zelf als zelfstandige. Hierbij wordt gedacht aan de groepsverzekering, de individuele pensioentoezegging voor zelfstandigen (IPT) en het (sociaal) vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen. Recent is in dit rijtje de pensioentoezegging voor zelfstandigen (POZ) toegevoegd. De POZ biedt aan zelfstandigen onder eenmanszaak een nieuwe mogelijkheid om aan pensioenopbouw te doen.

De derde pensioenpijler bestaat uit het klassieke pensioensparen en het lange termijnsparen.

Elk van deze mogelijkheden heeft zijn eigen belastingvoordeel, eindtaxatie, eventuele premietaks en maximale premie. Al deze zaken worden bovendien regelmatig onderworpen worden aan wijzigingen. Een jaarlijks nazicht is dan ook aangewezen teneinde uw fiscaal potentieel maximaal te benutten.

Tip 4: Bekijk of het interessant is om studiejaren af te kopen

Sinds 1 december 2017 hebt u de mogelijkheid bepaalde studiejaren ‘af te kopen’ en deze te laten meetellen bij de berekening van uw wettelijk pensioen. Hierdoor kan u mogelijks een hoger wettelijk pensioen ontvangen. Let wel: deze regeling heeft geen impact op het moment waarop u recht heeft op een vervroegd wettelijk pensioen.

Hoeveel kost het?

Voor wie de studiejaren binnen de 10 jaar na het behalen van het diploma afkoopt, bedraagt de kostprijs € 1.500 per studiejaar (jaarlijks te indexeren). Als u langer dan 10 jaar wacht om uw studiejaren af te kopen zal het te betalen bedragen aanzienlijk toenemen. Tot 30 november 2020 geldt er evenwel een overgangsregeling waarbij iedereen, ongeacht hoelang geleden het diploma werd behaald, de mogelijkheid heeft om studiejaren te regulariseren aan € 1.500 per studiejaar. Voor ambtenaren is dit € 1.250 per studiejaar.

De bijdrage is fiscaal aftrekbaar wat er voor zorgt dat de effectieve kostprijs ligt lager dan het betaalde bedrag van € 1.500 (of € 1.250) per studiejaar. Tegen een marginaal belastingtarief in de personenbelasting van 50% (exclusief gemeentelijke opcentiemen) betaalt u effectief maar € 750 per studiejaar. Voor ambtenaren is dit € 637,50 per studiejaar.

Hoeveel levert het op?

Ieder geregulariseerd studiejaar levert een werknemer of zelfstandige een bijkomend brutopensioen op van € 266,67, ongeacht de hoogte van uw beroepsinkomsten. Indien u recht heeft op een gezinspensioen bedraagt het bijkomend brutobedrag € 333,33.  Voor ambtenaren is er geen vast bedrag en gebeurt de berekening wel op basis van de beroepsinkomsten.

Is het interessant?

De vraag hoeveel en of de ‘afkoop’ van studiejaren een voordeel oplevert is gegeven de huidige wetgeving moeilijk te beantwoorden. Op vandaag bestaat in ons belastingsysteem een zogenaamde ‘pensioenval’, die er voor zorgt dat een hoger brutopensioen (door de afkoop van studiejaren) niet steeds een hoger nettopensioen oplevert. De regering heeft evenwel te kennen gegeven dit pervers effect op korte termijn van de baan te willen helpen door middel van een wetswijziging.

Omdat deze wetswijziging nog niet rond is, kijkt u best nog even de kat uit de boom. De overgangsperiode loopt immers nog tot eind 2020. Eens de wetgever effectief heeft ingegrepen kan het concrete voordeel en de terugverdientijd worden berekend

Tot slot nog dit: Om als zelfstandige een minimumpensioen te ontvangen, moet u een beroepsloopbaan van minstens 30 jaar kunnen aantonen. Stel dat u op pensioenleeftijd slechts 29 loopbaanjaren zou kunnen aantonen, dan zou u geen aanspraak kunnen maken op dit minimumpensioen. Als u er in dit geval echter voor opteert om 1 studiejaar af te kopen, zal u wel recht hebben op een wettelijk minimumpensioen. Een belangrijk gegeven, wetende dat voor zelfstandigen dit minimumpensioen eerder de regel is dan de uitzondering.

Tip 5: Stel een pensioenplan op

Recente pensioenhervormingen hebben er toe geleidt dat er langer gewerkt moet worden vooraleer men een wettelijk pensioen kan ontvangen. De wettelijke pensioenleeftijd wordt stelselmatig opgetrokken tot 67 jaar in 2030. De loopbaanvoorwaarden om een vervroegd wettelijk pensioen te kunnen genieten werden bovendien aanzienlijk aangescherpt. En de uitkering van de tweede pijlerpolissen werd gekoppeld aan het recht op een wettelijk pensioen. Al deze wetswijzigingen hebben een impact op uw pensioen.

Het is dan ook belangrijk om tijdens uw actieve loopbaan een duidelijk pensioenplan uit te werken die u een antwoord biedt op verschillende vragen: hoeveel moet er gespaard worden om uw pensioen aan te vullen en uw levensstandaard te kunnen behouden? Hoe benut ik alle fiscale mogelijkheiden? Wat is de impact van vroeger te stoppen met werken?

Lemon Consult werkt graag samen met u een pensioenplan uit, zodat u met een gerust gemoed naar uw pensioen kan toewerken.

 

Steve Bossuyt
Expert fiscale en financiële planning