De aandeelhoudersovereenkomst: een cruciale schakel tussen aandeelhouders

2018-03-05T15:41:23+00:00 24 oktober 2017|Vermogen|

Wie samen met een medevennoot een bedrijf opstart of overneemt, staat doorgaans maar zelden stil bij de dag dat de samenwerking, om welke reden ook, zal eindigen. Als dit einde onverwacht komt (bijvoorbeeld door een overlijden) of niet van harte is, kan dit nochtans tot heel wat problemen leiden, zelfs met een negatieve weerslag op de activiteiten van de onderneming tot gevolg. Door vooraf duidelijke afspraken te maken kunnen echter heel wat discussies worden voorkomen. Twee voorbeelden maken dit duidelijk.

In een eerste voorbeeld runnen drie broers, Frank, Eddy en Stefaan, sinds vele jaren samen een transportbedrijf onder de vorm van een bvba. De statuten van de vennootschap bevatten geen bijzondere regeling in verband met de overdracht van aandelen. Men valt dus terug op de wettelijke regeling die voorschrijft dat de aandelen van een bvba vrij overdraagbaar zijn tussen vennoten onderling, aan de echtgenote van een vennoot of aan zijn bloedverwanten in rechte opgaande of nederdalende lijn. In alle andere gevallen moeten de overige vennoten vooraf hun goedkeuring verlenen.

Zolang de drie broers actief blijven in de zaak en er zich geen bijzondere problemen stellen, zullen zij waarschijnlijk niet wakker liggen van de procedures die moeten worden gevolgd bij een overdracht van aandelen. Maar vroeg of laat is dit uiteraard wel aan orde.

Wat bijvoorbeeld wanneer Frank op een zekere dag uit de onderneming wil stappen? Het lijkt evident dat Eddy en Stefaan dan zijn aandelen overnemen. Maar wat als die niet bereid zijn de gevraagde prijs op tafel te leggen? Moet Frank dan noodgedwongen zijn aandelen behouden? Dit zou inderdaad het geval kunnen zijn. Frank kan immers niet zomaar zijn participatie van 33% verkopen. Vooreerst omdat bij een verkoop aan een derde partij, Eddy en Stefaan hun goedkeuring hieraan moeten verlenen. Maar ook omdat er voor een minderheidsparticipatie in een KMO-vennootschap waarschijnlijk moeilijk een koper gevonden kan worden.

Via een aandeelhoudersovereenkomst zouden Frank, Eddy en Stefaan echter de nodige voorzorgen kunnen nemen om een dergelijke patstelling te vermijden. Zo zou aan iedere vennoot een realistisch exit-scenario kunnen worden geboden, waarbij het behoud van het familiaal karakter van de onderneming weliswaar wordt vooropgesteld.

En wat als bijvoorbeeld Eddy onverwacht zou komen te overlijden? In principe zullen zijn aandelen dan toekomen aan zijn echtgenote en kinderen. Frank en Stefaan kunnen zich hier niet tegen verzetten. De wettelijke regeling (waarvan de statuten van de bvba niet afwijken) voorziet immers niet dat zij deze overgang moeten goedkeuren.

Het is maar zeer de vraag of dit gewenst is. Frank en Stefaan worden immers van de ene dag op de andere geconfronteerd met nieuwe aandeelhouders, met wie zij mogelijks niet willen samenwerken. Zij kunnen de erfgenamen van Eddy echter niet verplichten hun aandelen te verkopen. Hoewel het om een minderheidsparticipatie gaat, kan dit toch een belangrijke invloed hebben op de werking van het transportbedrijf.

Maar ook vanuit het standpunt van de erfgenamen van Eddy is dit scenario wellicht niet gewenst. Als zij niet betrokken zijn in de werking van de onderneming, is het niet ondenkbaar dat zij liever onmiddellijk hun aandelen verzilverd zien. Wanneer Frank en Stefaan echter niet bereid zijn de aandelen over te nemen (zij hebben misschien daartoe de middelen niet, en uiteindelijk gaat het ‘maar’ om een minderheidsparticipatie), kunnen zij gedwongen worden om hun participatie te behouden.

Ook hier kan een aandeelhoudersovereenkomst, in combinatie met goede statuten, soelaas brengen. Zo zou enerzijds bepaald kunnen worden dat de erfgenamen van Eddy de aandelen slechts effectief kunnen verwerven als Frank en Stefaan daar geen bezwaar tegen hebben. Anderzijds zou aan de erfgenamen van Eddy de mogelijkheid kunnen worden geboden om deze aandelen binnen een bepaalde periode te verkopen aan Frank en Stefaan. Een goed evenwicht vinden tussen deze rechten en plichten is uiteraard van cruciaal belang.

Een tweede voorbeeld handelt over een NV die 2 aandeelhouders telt, Rudi en Peter. Rudi bezit 80% van de aandelen, Peter 20%.

Zoals bekend zijn aandelen in een NV, behoudens een strengere bepaling in de statuten, vrij overdraagbaar, zelfs aan derden. Beide aandeelhouders zouden dan ook zonder goedkeuring van de andere hun aandelenpakket kunnen verkopen.

Voor Peter is het uiteraard niet evident om een koper te vinden voor zijn aandelen. Voor Rudi is het dat des te meer. Vindt Rudi inderdaad een koper voor 80% van de aandelen, dan wordt Peter geconfronteerd met een nieuwe medevennoot, zonder dat hij daarin moet worden gekend. Het is in een dergelijk scenario evenwel goed mogelijk dat ook Peter zijn aandelenpakket aan de koper wenst over te dragen. Om dit mogelijk te maken kan in een aandeelhoudersovereenkomst een zgn. ‘volgrecht’ worden opgenomen waardoor Peter het recht heeft zijn aandelen mee te verkopen wanneer Rudi de zijne verkoopt.

Anderzijds is het ook mogelijk dat een koper alleen maar geïnteresseerd is als hij alle aandelen van de vennootschap kan verwerven, terwijl Rudi zelf ‘slechts’ 80% van de aandelen bezit. Rudi zou met andere woorden zijn participatie enkel kunnen verkopen wanneer Peter bereid is zijn aandelen mee te verkopen. Maar als die bijvoorbeeld het bod te laag vindt, gaat de deal niet door.

Dit kan opgevangen worden door in een aandeelhoudersovereenkomst een volgplicht op te nemen. Een dergelijke clausule verplicht Peter om z’n aandelen mee te verkopen als Rudi een geïnteresseerde koper heeft gevonden voor alle aandelen van de vennootschap. Wel kan aan Peter een voorkooprecht worden toegekend, zodat hij bij voorrang de mogelijkheid krijgt om de aandelen van Rudi te verwerven.

Het is duidelijk dat er zich in een vennootschap verschillende situaties kunnen voordoen die tot een patstelling tussen de aandeelhouders leiden. Door vooraf duidelijke afspraken te maken kunnen heel wat discussies en problemen worden vermeden. Een aandeelhoudersovereenkomst is hiervoor een geschikt instrument. De inhoud ervan wordt bovendien niet gepubliceerd, waardoor discretie gewaarborgd blijft, en het biedt heel wat vrijheid om een regeling op maat uit te werken.

 

Dieter Bossuyt
Belastingconsulent