Het beding van aanwas onder de loep

2019-10-25T15:45:42+00:00 25 oktober 2019|Successie|

Heeft u in het verleden samen met uw oudere of jongere partner een beding van aanwas afgesloten? En heeft u het leeftijdsverschil destijds gecompenseerd met een hogere of lagere inleg?

Is het op vandaag überhaupt nog mogelijk om een groot leeftijdsverschil met een ongelijke inbreng te compenseren en wat met bedingen van aanwas uit het verleden?

Het antwoord lees je hieronder…

Wat is een beding van aanwas?
Een beding van aanwas is een kanscontract ten bezwarende titel dat kan afgesloten worden voor zowel roerende als onroerende goederen. We zien dit kanscontract vaak terugkomen bij koppels die niet getrouwd zijn en samen een gezinswoning kopen. Maar ook tussen gehuwden kan een beding van aanwas worden afgesloten ten aanzien van de eigen goederen (dus geen goederen die tot een huwgemeenschap behoren). Een beding van aanwas zorgt ervoor dat de rechten van de eerststervende in de betrokken goederen toekomen aan de langstlevende.

De rechten die aanwassen bij het vermogen van de langstlevende, vallen niet in de nalatenschap van de overledene, waardoor er geen erfbelasting verschuldigd is. Dit heeft tot gevolg dat de verkrijging ook niet onderhevig is aan inkorting.

Indien het beding van aanwas betrekking heeft op onroerende goederen dient er bij het eerste overlijden een verkooprecht betaald te worden, volgens het tarief van toepassing was ten tijde van de aankoop. Het kan dus gaan om een tarief van 7%, 10% of 12,5%. Een dergelijke belastingheffing treedt niet op wanneer het beding van aanwas betrekking heeft op roerende goederen.

Een cruciale voorwaarde om te kwalificeren als een kanscontract is dat er een evenwaardig karakter van de prestaties van alle contractanten is, waarbij de winst- of verlieskansen afhankelijk zijn van een toevallige maar zekere gebeurtenis (in dit geval, het overlijden van één der contractanten).

Dit houdt in dat beide partners een gelijkaardige leeftijd en goede gezondheid moeten hebben. Indien niet aan deze voorwaarde is voldaan kwalificeert het contract niet als een kanscontract en zal het als een schenking bestempeld worden, met alle (fiscale) gevolgen van dien.

Indien de kansen als niet evenwaardig kunnen worden beschouwd, bijvoorbeeld als gevolg van een groot leeftijdsverschil, werd er in het verleden vaak een financiële compensatie verricht door een hogere inleg van de jongere partner. Deze hogere inleg diende de hogere levensverwachting van de jongere partij te compenseren zodat de economische kans op winst of verlies gelijk kon geacht worden. Deze werkwijze wordt op vandaag niet meer aanvaard.

Standpunt Vlabel
Op 19 september 2018 verscheen immers een standpunt van de Vlaamse Belastingdienst waarin werd gesteld dat de levensverwachting ‘gelijkaardig’ dient te zijn, evenals de inleg, om te kunnen kwalficeren als een beding van aanwas. Een ongelijke levensverwachting mag niet langer worden gecompenseerd door een ongelijke inleg. Vlabel verdedigt dit standpunt door te stellen dat “een grotere inleg de kans immers niet vergroot om een andere mede-eigenaar te overleven”. In het standpunt werd evenwel niets vermeld over het tijdstip van de inwerkingtreding van deze visie. Wat met de oude bedingen die werden afgesloten vóór 19 september 2018, is dit standpunt ook geldig voor deze bedingen?

Op 17 september 2019 publiceerde Vlabel een voorafgaande beslissing omtrent dit topic. Vlabel besloot zijn vorig standpunt niet retroactief toe te passen. Indien in de oude bedingen van aanwas een compensatie van een ongelijke levensverwachting door een verschillende inleg gebeurde dan kan er wel degelijk nog sprake zijn van een evenwichtig kanscontract, indien het beding van aanwas dateert van vóór 19 september 2018. Goed nieuws dus voor wie zo’n contract heeft afgesloten.

Alternatief?
Op vandaag is het dus niet meer mogelijk om een beding van aanwas af te sluiten indien er een groot leeftijdsverschil bestaat tussen de contractanten. Als alternatief zou, voor roerende goederen, een wederzijdse schenking kunnen overwogen worden. Al is deze techniek ook niet onbesproken. Zeker wanneer wederzijds een gelijkaardig bedrag wordt geschonken, stelt zich de vraag of er wel nog sprake kan zijn van een schenking.

Bovendien moet er ook rekening worden gehouden met enkele fiscale aspecten. Zo dient de schenker na een dergelijke schenking, wanneer die niet geregistreerd wordt, drie jaar in leven te blijven, wenst men geen erfbelasting te betalen. De  nieuwe Vlaamse regering maakt het u wel niet gemakkelijk aangezien deze laatste de wachttijd wenst optrekken van drie naar vier jaar.

Daarnaast moet er rekening mee gehouden bent dat wanneer u niet gehuwd bent, een schenking definitief is. Enkel schenkingen tussen echtgenoten zijn eenzijdig herroepbaar.

Beding van aanwas m.b.t. de gezinswoning nog voordelig op vandaag?
Wettelijk samenwoners erven op vandaag tegen dezelfde gunstige tarieven als gehuwden. Ook genieten zij een vrijstelling van erfbelasting op de gezinswoning. Dit is ook het geval voor feitelijk samenwoners die al drie jaar samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren.

Als gevolg daarvan blijkt het afsluiten van een beding van aanwas m.b.t. de privéwoning vanuit fiscaal oogpunt niet zo interessant te zijn vermits u bij een beding van aanwas registratierechten verschuldigd bent op het deel van het onroerend goed dat bij overlijden aanwast. Dit terwijl gehuwden, wettelijk samenwoners, en sommige feitelijke samenwoners op vandaag kosteloos de gezinswoning kunnen erven. Een bescherming uitbouwen via testament in plaats van een beding van aanwas is in veel gevallen dan ook nuttiger.

 

Lynn Boterberg
Expert fiscale en financiële planning

Een vraag over dit artikel? Stel ze hier aan de auteur.