Een belastingvrij dividend ontvangen? Het kan!

2019-02-28T11:24:40+00:00 28 februari 2019|Fiscaliteit|

Sinds vorig jaar kan u een dividend ontvangen dat vrijgesteld is van roerende voorheffing. Voor 2019 levert dit een belastingvoordeel op tot € 240.

Wanneer een dividend wordt uitgekeerd wordt hierop in de regel roerende voorheffing ingehouden. Het algemeen tarief inzake roerende voorheffing bedraagt op vandaag 30%. In het Zomerakkoord van 2017 werd er, naast de reeds bestaande uitzonderingsmaatregelen, een nieuwe vrijstelling van roerende voorheffing voorzien.

In 2018 werden dividenden tot een bedrag van € 640 vrijgesteld van roerende voorheffing. Met ingang van 1 januari 2019 werd dit bedrag opgetrokken tot € 800. Dit betekent voor dit jaar een mogelijke besparing aan roerende voorheffing van € 240. De vrijstelling geldt per belastingplichtige zodat het belastingvoordeel bij partners kan oplopen tot € 480.

Op welke dividenden van toepassing?

De vrijstelling is in principe van toepassing op alle dividenden uit aandelen, met uitzondering van dividenden van beleggingsfondsen of dividenden uitgekeerd via juridische constructies die onderworpen zijn aan de Kaaimantaks. Dividenden uit beursgenoteerde individuele aandelen die aangehouden worden als belegging, komen dus bijvoorbeeld in aanmerking voor de vrijstelling.

Ook van toepassing voor dividenden uit de eigen vennootschap?

Het regime geldt eveneens voor dividenden die een aandeelhouder-bedrijfsleider uit zijn eigen vennootschap aan zichzelf uitkeert via een beslissing op de algemene vergadering.

Aandachtspunt is wel dat dividenden uit de eigen vennootschap moeten worden samengeteld met eventuele ontvangen dividenden uit de privé beleggingsportefeuille. Wanneer de privé beleggingsportefeuille reeds € 800 (ofwel € 1.600 bij partners) aan dividenden oplevert die in aanmerking komen voor de vrijstelling, kan een dividend uit de eigen vennootschap niet meer worden vrijgesteld.

Goed om weten is dat dat men zelf kan kiezen op welke dividenden de vrijstelling wordt toegepast. Wanneer dividenden uit de eigen vennootschap aan een verlaagde roerende voorheffing van 15% (vb. door het zgn. ‘VVPRbis-regime’) of 5 % (bij het uitkeren van een liquidatiereserve) kunnen worden uitgekeerd, kan ergeopteerd worden om de vrijstelling voor te behouden voor de aandelen uit de beleggingsportefeuille waar de aandelen wel aan 30% roerende voorheffing onderworpen zijn.

Onmiddellijk toegekend?

De vrijstelling wordt niet onmiddellijk en automatisch toegekend. Bij de uitkering van het dividend zal in eerste instantie roerende voorheffing ingehouden worden die vervolgens via de aangifte personenbelasting teruggevorderd moet worden mits voorlegging van de nodige bewijsstukken (vb. bankrekeninguittreksels en/of aangifte roerende voorheffing). De roerende voorheffing die op de vrijgestelde schijf werd ingehouden zal met de verschuldigde personenbelasting verrekend worden en desgevallend terugbetaald worden.

Conclusie

Maak indien mogelijk gebruik van deze vrijstelling van roerende voorheffing. Wanneer u geen dividenden ontvangt uit privé beleggingen die in aanmerking komen voor de vrijstelling kan een aandeelhouder-bedrijfsleider deze benutten door zichzelf uit zijn eigen vennootschap een dividend toe te kennen op de algemene vergadering.

 

Steve Bossuyt
Expert fiscale en financiële planning