Vlabel bevestigt gunstig fiscaal regime van de Belgische private stichting

2018-03-30T08:51:57+00:00 30 maart 2018|Successie|

In een voorafgaande beslissing heeft de Vlaamse belastingdienst (Vlabel) bevestigd dat uitkeringen die door een Belgische private stichting worden gedaan, en die strikt kaderen binnen de verwezenlijking van het belangeloos doel, niet onderworpen worden aan erf- of schenkbelasting. Dat is goed nieuws voor ouders van een kind met een mentale beperking die een private stichting hebben opgericht of die overwegen om dat te doen.

Een Belgische private stichting kan de aangewezen structuur zijn in een zorgplanning voor kinderen met een mentale beperking. De rechtsfiguur kan een passend antwoord zijn op tal van vragen en problemen waar de ouders van een zorgenkind mee worstelen. Zo is er onder meer de ongerustheid wie de rol van de ouders kan overnemen na hun overlijden.

De ouders kunnen zo’n private stichting oprichten bij leven of bij testament en er een deel van hun vermogen in onderbrengen, met als doel hun kind te beschermen en te voorzien in zijn levensonderhoud. Indien gewenst kan een private stichting ook benoemd worden als bewindvoerder die ook beslissingen kan nemen over de persoon van het kind.

Fiscale behandeling
Ook de aanvrager van de voorafgaande beslissing wenste een Belgische private stichting op te richten. Die zou als doel hebben om vermogen aan te wenden voor de bescherming en verzorging van zijn dochter en na haar overlijden, van zijn kleinkinderen. Om rechtszekerheid te krijgen over de toepassing van een aantal wetsartikelen stapte de man naar Vlabel.

Aan Vlabel werd gevraagd of een tarief van 5,5% geldt voor schenkingen aan een private stichting en een tarief van 8,5% voor legaten (d.i. wat men verkrijgt via testament).  Dat werd bevestigd door Vlabel. We merken evenwel op dat er ons inziens géén schenkbelasting verschuldigd is wanneer schenkingen gebeuren via een bankgift of via een notaris in Nederland.

Bovendien werd gevraagd of de latere uitkeringen door een Belgische private stichting aan de dochter kunnen geschieden zonder heffing van schenk- en erfbelasting. De vraag is uiterst belangrijk. Mogelijks was het artikel 2.7.1.0.6. VCF van toepassing. Dat artikel belast uitkeringen van sommen, waarden en renten als gevolg van een zgn. ‘beding ten behoeve van een derde’. Het risico bestond immers dat Vlabel zou oordelen dat de uitkeringen ten voordele van de dochter het gevolg zijn van een beding opgelegd aan de stichting in het voordeel van de dochter (derde).

Hoewel Vlabel in haar beslissing (Voorafgaande beslissing nr. 17040) geen toelichting heeft gegeven, oordeelt zij dat het artikel 2.7.1.0.6. VCF niet van toepassing is. Zoals hierboven gesteld, is Vlabel van mening dat uitkeringen door een Belgische private stichting niet onderworpen zijn aan schenk- of erfbelasting, wanneer de uitkeringen worden gedaan in het kader van de verwezenlijking van het belangeloos doel.

 

Thomas Weyts
Expert fiscale en financiële planning