Voordeel voor kosteloze bewoning: hoe aangeven in de personenbelasting?

2018-06-08T10:13:39+00:00 8 juni 2018|Fiscaliteit|

Wie kosteloos over een woning mag beschikken die eigendom is van een vennootschap, wordt belast op een voordeel van alle aard. Over de berekening van dit voordeel is de laatste tijd heel wat inkt gevloeid. Maar welke berekeningswijze moet u hanteren als u binnenkort uw aangifte in de personenbelasting indient?

Wat vooraf ging
Wanneer een natuurlijk persoon (bv. een eenmanszaak) een woning kosteloos ter beschikking stelt, dan wordt de genieter in de personenbelasting belast op een voordeel van alle aard. Het aan te geven voordeel wordt berekend met volgende formule: het geïndexeerd kadastraal inkomen van de woning x 100/60.

Wanneer de woning daarentegen door een vennootschap ter beschikking wordt gesteld, dan wordt het belastbaar voordeel als volgt berekend:

  • Als het kadastraal inkomen van de woning niet hoger is dan € 745: het geïndexeerd kadastraal inkomen x 100/60 x 1,25
  • Als het kadastraal inkomen van de woning hoger is dan € 745: het geïndexeerd kadastraal inkomen x 100/60 x 3,8

Het Grondwettelijk Hof heeft geoordeeld dat dit verschil in berekeningswijze strijdig is met het gelijkheidsbeginsel. Voor woningen die door natuurlijke personen ter beschikking worden gesteld, komt er in de formule immers geen factor 1,25 of 3,8 voor.

Fiscus geeft duidelijkheid
Na enkele maanden van onduidelijkheid heeft de fiscale administratie op 15 mei 2018 in een circulaire meegedeeld dat zij zich neerlegt bij de rechtspraak en dat voorlopig – wellicht in afwachting van een wetswijziging – volgende formule kan worden gehanteerd: geïndexeerd kadastraal inkomen x 100/60 (dus niet vermenigvuldigen met factor 1,25 of 3,8).

Deze berekeningswijze kan in elk geval worden toegepast voor de aangifte in de personenbelasting voor inkomstenjaar 2017 (aanslagjaar 2018).

En wat met vorige jaren?
Voor inkomstenjaar 2016 kan eventueel nog een rechtzetting gevraagd worden, door het indienen van een bezwaarschrift. De fiscale administratie heeft aangegeven dat zij in de bezwaarprocedure eveneens akkoord zal gaan met de lagere formule.

Merk wel op dat een bezwaarschrift moet ingediend worden binnen de 6 maand na verzending van het aanslagbiljet. Er moet dus eerst en vooral nagegaan worden of deze termijn al dan niet reeds verstreken is.

En als de bezwaartermijn is verstreken?
Is de bezwaartermijn reeds verstreken, dan kan gedacht worden aan verzoek tot ambtshalve ontheffing op basis van een ‘nieuw feit’. De kans op succes hierbij is evenwel gering. De fiscale administratie heeft immers aangegeven dat zij de rechtspraak niet aanvaardt als een ‘nieuw feit’.

Wie via deze weg alsnog een rechtzetting wenst te bekomen, moet er meer dan waarschijnlijk een gerechtelijke procedure voor over hebben.

Verrekening van het voordeel via rekening-courant
Opgelet: als u een woning bewoont van de vennootschap, dan wordt u daar niet noodzakelijk op belast in de personenbelasting. Het is immers mogelijk dat u een vergoeding (‘huur’) betaalt aan de vennootschap, die eventueel verrekend wordt met de rekening-courant. Niet zelden is deze huur gelijk aan het forfaitair voordeel dat geldt in de personenbelasting.

In dit geval is het de vennootschap die belast wordt op de ontvangen huuropbrengsten. Het indienen van een bezwaarschrift in de personenbelasting is dan niet mogelijk om de eenvoudige reden dat er geen belastbare basis is en was in de personenbelasting.

Het indienen van een bezwaarschrift in de vennootschapsbelasting is ons inziens evenmin aan de orde. Er zou immers moeten aangehaald worden dat er ‘per vergissing’ (er kan moeilijk verwezen worden naar de rechtspraak, de forfaitaire formule of het recente standpunt van de fiscale administratie, aangezien dit louter personenbelasting betreft) een te hoge huur werd aangerekend. Hier zal de fiscale administratie niet op ingaan, vermits het om een beleidsbeslissing gaat die achteraf niet meer kan worden gecorrigeerd.

Voor jaarrekeningen die nog moeten worden afgesloten zou de huur eventueel wel volgens de lagere formule kunnen worden berekend. Hierbij moet wel de opmerking worden gemaakt dat als dit aanleiding geeft tot een (te) laag huurinkomen voor de vennootschap, de fiscale administratie hierin mogelijk een argument zou kunnen vinden om kosten m.b.t. de woning te verwerpen. Kosten zij in het algemeen immers slechts aftrekbaar als zijn gemaakt of gedragen om belastbare inkomsten te genereren.

 

Dieter Bossuyt
Belastingconsulent