Woonbonus en lange termijnsparen, bent u nog up-to-date?

2019-09-12T17:45:53+00:00 12 september 2019|Fiscaliteit|

U heeft een lening lopen voor uw eigen woning en vraagt zich af of u uw fiscale mogelijkheden ten volle benut?

De overheid stimuleert zowel het langetermijnsparen als de aankoop van een (eigen) woning. Deze worden ondergebracht in éénzelfde fiscale korf of, afhankelijk van de datum waarop uw hypothecaire lening werd afgesloten, in afzonderlijke fiscale korven.

Noteer alvast dat naar aanleiding van de Vlaamse regeringsonderhandelingen, de woonbonus onder druk komt te staan. In de zgn. ‘startnota’ van Bart De Wever wordt gepleit om de woonbonus te laten uitdoven vanaf januari 2020. Daartegenover zouden de registratierechten verlaagd worden, zodat het goedkoper wordt om een eigen woning te verwerven. Hoeveel de registratierechten verlaagd zouden worden alsook hoe het behoud van de woonbonus voor reeds lopende leningen zal worden gerealiseerd, is tot op vandaag onbekend. De tijd zal het uitwijzen.

In dit artikel focussen we voornamelijk op bestaande leningen en leningen die afgesloten zullen worden vóór 2020.  

Hoe werkt de fiscale korf?

  • Federale korf langetermijnsparen

Op de premies die u betaalt voor een fiscale spaarverzekering, kan u in het kader van het zgn. ‘langetermijnsparen’ tot 30 % belastingvermindering genieten. Dit betreft federale materie. Het maximumbedrag dat u kunt storten, is afhankelijk van uw netto belastbaar beroepsinkomen (met een maximumpremie van € 2.350 voor het inkomstenjaar 2019). U dient dus een belastbaar beroepsinkomen te hebben om deze vermindering te genieten.

Deze korf kan naast de premies voor individuele levensverzekeringen opgevuld worden met kapitaalaflossingen van een krediet aangegaan voor het verwerven van een tweede woning (niet-eigen woning). Bovendien kan u voor uw tweede woning ook de intresten aftrekken van uw belastbaar onroerend inkomen.

  • Gewestelijke korf voor de aanschaf van de eigen woning (=woonbonus)

Voor leningen aangegaan vanaf 2015 kan u een vaste belastingvermindering van 40% genieten m.b.t uw eigen woning voor:

  • De kapitaalaflossingen en de intresten van uw lening
  • Premies voor uw schuldsaldoverzekering m.b.t. uw hypothecaire lening

Om in aanmerking te komen voor de Vlaamse woonbonus moeten de kapitaalaflossingen en intresten betrekking hebben op een leningsovereenkomst die:

  • Hypothecair gewaarborgd is
  • Een looptijd van ten minste 10 jaar heeft
  • Door de belastingplichtige is aangegaan bij een Europese Economische Ruimte gevestigde instelling en specifiek tot doel heeft om in een lidstaat van de EER een woning te verwerven of behouden

Bijkomend moet het gaan om uitgaven die gedaan zijn voor een woning die op het ogenblik van uitgaven de eigen woning is.

Voor het jaar 2019 (belastingaangifte in 2020) komen de intresten, kapitaalaflossingen en premies voor de schuldsaldoverzekering, m.b.t leningen aangegaan vanaf 2015, voor een maximaal bedrag van € 1.520 in aanmerking voor de belastingvermindering.

In tegenstelling tot vroeger is het voor leningen met een aanvangsdatum vanaf 1 januari 2016 niet langer vereist dat het gaat om de ‘enige’ woning. Het volstaat dat het gaat om de eigen woning(= “geïntegreerde” woonbonus). Wel is het zo dat wanneer het om de ‘enige’ woning gaat, het plafond van € 1.520 gedurende de eerste 10 jaar van deze lening verhoogd wordt met € 760 en bijkomend met € 80 als u minstens drie kinderen hebt.

  • Evolutie fiscaal belastingvoordeel eigen woning

De woonbonus bestaat sinds 1 januari 2005. Wie tussen 2005 en eind 2014 een lening voor de eigen woning afsloot, krijgt vandaag nog altijd de voordelen van de oude woonbonus.

Sinds 2015 werd, als gevolg van de zesde staatshervorming, de bevoegdheid inzake de eigen woning van het federale niveau overgeheveld naar de gewesten. Als gevolg van deze overheveling van bevoegdheden kan u, voor leningen vanaf 2015, de maximale woonbonus integraal combineren met het lange termijnsparen. Voor leningen gesloten in 2015 werd dit nog beperkt tot een bedrag van € 830 en voor leningen gesloten vanaf 2016 kan u jaarlijks van het maximumbedrag t.b.v. € 2.350 (inkomstenhaar 2019) genieten.

Samengevat: Voor een lening afgesloten vanaf 2016 kan u de fiscale voordelen van uw eigen woning ten volle  combineren met het langetermijnsparen. Zelfs al heeft u een lening lopen waarvoor u de ruimte in het kader van de woonbonus benut, dit belet u niet om daarnaast op een fiscaal interessante manier te sparen via het lange termijnsparen.

Indien u op vandaag een lening hebt lopen van vóór 2015 dan kan u de woonbonus en het langetermijnsparen enkel combineren mits er nog ruimte is in uw fiscale korf nadat de bedragen van de woonbonus in mindering werden gebracht.

Ongelijke behandeling van inkomsten uit onroerende goederen
In april 2018 werd België opnieuw veroordeeld door het Europees Hof van Justitie voor de ongelijke fiscale behandeling tussen enerzijds Belgisch vastgoed, waarbij de belasting wordt berekend op basis van het kadastraal inkomen en anderzijds vastgoed gelegen in andere landen van Europa, waar de belastingberekening gebeurt op basis van de werkelijke huurprijs- of waarde. Hierdoor riskeert België zware dwangsommen te betalen indien zij haar wetgeving niet aanpast aangaande de fiscale behandeling van (verhuurde) onroerende goederen. Wellicht wordt de wetgeving hieromtrent gewijzigd in de nabije toekomst. Mogelijks wordt de belastbare basis naar de toekomst gebaseerd op de werkelijke huurinkomsten of huurwaarde. Dit zal een impact hebben op uw onroerend inkomen dat u dient aan te geven indien u een tweede woning bezit.

Weetje!
Het pensioensparen zit niet in dezelfde fiscale korf als de woonbonus en het langetermijnsparen. Dat betekent dat u zonder zorgen fiscaal voordelig kunt pensioensparen en tegelijk het belastingvoordeel op uw eigen woning en/of het lange termijnsparen kunt genieten.

Indien u 55 jaar of ouder bent dan let u best op met het opstarten van een langetermijnsparen of pensioenspaarcontract aangezien de eindtaxatie vanaf dan niet zal gebeuren op uw 60 jaar maar op uw 65 jaar, namelijk 10 jaar na aanvangsdatum. De gestorte bijdragen zullen pas na uw 65 jaar bij uitkering onbelast zijn.

 

Lynn Boterberg
Expert fiscale en financiële planning

Een vraag over dit artikel? Stel ze hier aan de auteur.