Vlaanderen telt heel wat familiebedrijven. Weinig bedrijfsleiders zijn zich echter bewust van de financiële gevolgen van een vroegtijdig overlijden van de (hoofd)aandeelhouder. Gelukkig bestaat er een gunstig fiscaal stelsel voor het schenken of vererven van familiale ondernemingen (eenmanszaken) en vennootschappen. Maar waaraan moet u voldoen om hiervoor in aanmerking te komen? We leggen het u graag uit.

Algemene tarieven in de schenk- en erfbelasting

Wanneer een aandeelhouder van een vennootschap komt te overlijden, dan worden de aandelen die hij bezit onderworpen aan de erfbelasting. Hetzelfde geldt voor de activa van een eenmanszaak. In het Vlaamse Gewest gelden in de erfbelasting volgende tarieven in rechte lijn en tussen echtgenoten:

Deze tarieven worden toegepast op het erfdeel per erfgenaam en per categorie van goederen (roerend/onroerend). Dit laatste kan van belang zijn wanneer de activa van een eenmanszaak ook onroerende goederen omvatten.

Men kan ook beslissen om bij leven over te gaan tot een schenking van aandelen of activa van een eenmanszaak. Dan geldt in de schenkbelasting een vlak tarief van 3% voor schenkingen in rechte lijn en tussen echtgenoten (voor schenkingen aan andere personen bedraagt het tarief 7%).

Mocht een onroerend goed worden geschonken dat deel uitmaakt van een eenmanszaak, dan dient rekening te worden gehouden met andere (hogere) schenkingstarieven. Hier gaan we in dit artikel niet nader op in.

Fiscaal gunstregime

In Vlaanderen bestaat voor familiale ondernemingen en vennootschappen een fiscaal gunstregime. Concreet houdt dit gunstregime in dat er:

  • een vrijstelling is van schenkbelasting (0%)
    en
  • een verlaagd tarief in de erfbelasting (3% in rechte lijn en tussen partners of 7% bij vererving tussen alle andere personen).

Deze vrijstelling/vermindering geldt ook voor onroerende goederen die deel uitmaken van een eenmanszaak.

Aan dit gunstregime zijn enkele spelregels verbonden, die wij samen met u overlopen.

Voorwaarden op het ogenblik van de overdracht

De onderstaande voorwaarden toetsen of de vennootschap op het ogenblik van de overdracht zelf (overlijden of schenking) al dan niet kwalificeert als familiale vennootschap:

1. Participatievoorwaarde

De vennootschap moet een familiaal karakter hebben. De schenker of erflater moet samen met zijn familie, in ruime zin, minstens 50% van de stemrechten bezitten.

Het bezit van minstens 30% van de stemrechten volstaat ook wanneer de schenker/erflater samen met zijn familie en samen met één andere aandeelhouder (natuurlijk persoon) minstens 70% óf met twee andere aandeelhouders minstens 90% van de stemrechten bezit.

Opgelet!
Aandelen in het bezit van rechtspersonen mogen niet meegeteld worden bij de beoordeling van de participatievoorwaarde. Onrechtstreeks aandelenbezit via een (tussen)holding kan dus de toepassing van het gunstregime belemmeren!

2. Activiteitsvoorwaarde

De tweede voorwaarde kan worden opgedeeld in twee subvoorwaarden: vooreerst dient de vennootschap een ‘familiale vennootschap’ te zijn, daarnaast moet er sprake zijn van een ‘reële economische activiteit’.

  • Een ‘familiale vennootschap’ is een vennootschap die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, landbouwactiviteit of vrij beroep tot doel heeft. De vennootschap dient m.a.w. ‘economisch actief’ te zijn.

De Vlaamse belastingdienst is van oordeel dat ‘zuivere’ patrimonium- en holdingvennootschappen, alsook managementvennootschapen, niet als een familiale vennootschap kunnen worden beschouwd en dus uitgesloten moeten worden van het gunstregime.

Holdingvennootschappen die daarentegen minstens 30% van de aandelen aanhouden van minstens één actieve dochtervennootschap kunnen een uitzonderingsregime genieten, met afzonderlijke beoordelingscriteria. Ook hier wordt niet dieper op ingegaan.

  • Bovendien is vereist dat de activiteiten als ‘reëel’ kunnen worden beschouwd. Een vennootschap wordt geacht geen reële economische activiteit te hebben wanneer uit de jaarrekening van minstens één van de drie boekjaren voorafgaand aan de schenking of het overlijden blijkt dat:
  • de terreinen en gebouwen meer dan 50% uitmaken van het totaal actief
    én
  • de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen maximaal 1,5% van de totale activa uitmaken.

Op deze manier kunnen ‘verdoken patrimoniumvennootschappen’, die een beperkte activiteit uitoefenen alsnog van de gunstregeling worden uitgesloten.

Voorwaarden tot behoud: 3 jaar na de overdracht

Voldoet u aan de voorwaarden en heeft de overdracht plaatsgevonden onder het gunstregime? Dan mag u nog niet te vroeg juichen. Er zijn immers nog een aantal voorwaarden waaraan u achteraf moet blijven voldoen om het gunsttarief te kunnen behouden. Indien deze voorwaarden niet nageleefd worden, zullen de normale tarieven toch nog van toepassing zijn.

Om te blijven genieten van het verminderd tarief of de vrijstelling moeten namelijk gedurende een periode van 3 jaar na de overdracht een volgende voorwaarden vervuld blijven:

  • Behoud van activiteit: Een activiteit moet ononderbroken verdergezet worden. Dit hoeft niet noodzakelijk dezelfde activiteit te zijn als de activiteit die bestond ten tijde van de overdracht en hoeft zelfs niet door de erfgenamen of begunstigden zelf te worden voortgezet.

Dit is vaak de moeilijkste voorwaarden voor vele kleinere ondernemingen en vrije beroepen: wanneer de centrale figuur komt te overlijden zullen de erfgenamen dikwijls niet in staat zijn om de onderneming verder te zetten, waardoor het gunsttarief niet van toepassing zal kunnen zijn.

Voor dit type ondernemingen is de boodschap dan ook duidelijk: denk tijdig aan een overdracht van de aandelen naar de volgende generatie, wat mogelijks met een vrijstelling van schenkbelasting kan gebeuren. Na de schenking moet dan gedurende drie jaar wel aan dezelfde voorwaarden worden voldaan, maar logischerwijze is dit heel wat makkelijker dan na een overlijden.

  • Behoud van kapitaal: het kapitaal mag niet dalen door uitkeringen of terugbetalingen. Mocht dit toch het geval zijn, dan zullen deze uitkeringen of terugbetalingen belast worden aan de normale tarieven.

Voor de besloten vennootschappen (die geen ‘kapitaal’ hebben) mag het eigen vermogen door uitkeringen of terugbetalingen niet dalen onder de waarde van ‘de inbrengen’ gedaan tot op datum van de schenking dan wel het overlijden.

  • Behoud van zetel: De vennootschap moet haar maatschappelijke zetel binnen de Europese Economische Ruimte (EER) behouden.

Het is belangrijk dat u als ondernemer weet of uw onderneming in aanmerking komt voor het gunstregime, en dat u weet waar uw familie aan toe is mocht u komen te overlijden.

Heeft u vragen rond deze gunstmaatregel? Of wenst u begeleiding bij de overdracht van uw familiebedrijf? Neem dan hier vrijblijvend contact op met het team van Lemon Consult.

Wij helpen u graag verder!

Lynn Boterberg
Expert fiscale en financiële planning

Een vraag over dit artikel? Stel ze hier aan de auteur.

Neem contact met ons op omtrent deze gunstmaatregel