Uw vennootschap en uw huwelijk: een goed koppel?

2018-11-19T10:16:11+00:00 19 november 2018|Successie|

Op 1 september 2018 trad niet alleen het nieuwe erfrecht in werking, maar ook het hervormd huwelijksvermogensrecht.

Deze wetswijziging heeft ook voor ondernemers belangrijke gevolgen. Onder meer wie gehuwd is onder een stelsel van gemeenschap van goederen, doch wiens aandelen van z’n vennootschap persoonlijk bezit zijn, evalueert best even z’n huwelijkscontract.

Wat is een gemeenschapsstelsel?
Het gemeenschapsstelsel (ook ‘wettelijk stelsel’ genaamd) is van toepassing voor wie bij z’n huwelijk geen huwelijkscontract heeft opgemaakt, of voor wie in een huwelijkscontract er uitdrukkelijk voor heeft geopteerd. In het laatste geval zijn dikwijls bijkomende clausules toegevoegd, zoals bijvoorbeeld een keuzebeding. Het merendeel van de Belgen is gehuwd onder een gemeenschapsstelsel.

In een gemeenschapsstelsel zijn er drie vermogens: het eigen vermogen van elk van de echtgenoten en het gemeenschappelijk vermogen. De beroepsinkomsten van iedere echtgenoot behoren tot het gemeenschappelijk vermogen. Dit maakt de essentie uit van het gemeenschapsstelsel. Ook vruchten van eigen goederen (bv. dividenden, huurinkomsten) behoren in principe tot de gemeenschap.

Aandelen zijn gemeenschappelijk
Indien een echtgenoot, bijvoorbeeld de vrouw, haar beroepsactiviteit uitoefent via een vennootschap waarvan de aandelen gemeenschappelijk zijn, stelt er zich geen probleem met betrekking tot de beroepsinkomsten. Het loon dat de vrouw aan zichzelf toekent komt immers het gemeenschappelijk vermogen toe. Hetzelfde geldt voor dividenden die door de vennootschap worden uitgekeerd.

Zelfs wanneer de vrouw niet of slechts in beperkte mate overgaat tot uitkeringen vanuit de vennootschap, zullen de binnen de vennootschap opgespaarde inkomsten alsnog aan de gemeenschap ten goede komen: via de waarde van de aandelen die tot het gemeenschappelijk vermogen behoort.

Aandelen zijn eigen
Indien de aandelen echter tot het eigen vermogen van de vrouw behoren, kan er een scheeftrekking ontstaan. De vergoeding voor arbeidsprestaties, tantièmes, dividenden enz. komen als beroepsinkomsten of vruchten van eigen goederen aan de gemeenschap toe. Indien de uitkeringen echter beperkt blijven, waardoor de inkomsten in de vennootschap worden opgepot, misloopt het gemeenschappelijk vermogen deze inkomsten. Het is het eigen vermogen van de vrouw dat hiervan zal ‘profiteren’.

Wat is gewijzigd?
In het hervormde huwelijksvermogensrecht wordt echter uitgegaan van de huwelijksvermogensrechtelijke neutraliteit. Beroepsinkomsten die tijdens het huwelijk worden gegenereerd, ongeacht of de beroepsactiviteit binnen of buiten een vennootschap wordt uitgeoefend, horen aan de gemeenschap toe te komen. In ons voorbeeld mag het dus niet mogelijk zijn voor de vrouw om haar beroepsinkomsten aan de gemeenschap te onttrekken door gebruik te maken van een vennootschapsstructuur, luidt de nieuwe redenering.

Er werd dan ook een bijkomende grond van vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen in de wet ingeschreven: de echtgenoot die zijn beroepsactiviteit uitoefent binnen een vennootschap is vergoeding verschuldigd “voor de netto-beroepsinkomsten die het gemeenschappelijk vermogen niet heeft ontvangen en redelijkerwijze had kunnen ontvangen indien het beroep niet binnen een vennootschap was uitgeoefend”.

Deze omschrijving in de wet is geen mirakeloplossing, maar vormt de basis van een denkoefening: hoeveel inkomen had de vrouw kunnen ontvangen indien zij dezelfde professionele prestaties buiten het verband van een vennootschap had geleverd (dus onder eenmanszaak)? Stemt dit overeen met de uitkeringen die daadwerkelijk aan het gemeenschappelijk vermogen zijn toegekomen? In de praktijk zal dit ongetwijfeld nog tot vele discussies leiden…

Het is aan de man om te bewijzen dat er recht is op een vergoeding en de omvang ervan. De vrouw kan op haar beurt dan weer aantonen dat de uitkeringen die de gemeenschap ontving redelijkerwijze beantwoorden aan het inkomen dat zij had kunnen ontvangen indien zij haar beroepsactiviteit buiten een vennootschap had uitgeoefend. Zij kan ook inroepen dat er binnen haar vennootschap bedrijfseconomische redenen waren die verantwoorden dat er niet meer werd uitgekeerd dan wat de gemeenschap daadwerkelijk heeft ontvangen.

 

Met deze wetswijziging in het achterhoofd loont het absoluut de moeite om uw huwelijkscontract terug van onder het stof halen. Stemt de nieuwe wetgeving overeen met uw persoonlijke verwachtingen? Moet uw huwelijksstelsel worden aangepast? Lemon Consult staat u graag bij om samen te zoeken naar het juiste evenwicht.

 

Inge Veldeman
Expert Estate Planning