Het voordelig overdragen van vermogen is een van de argumenten om aan successieplanning te doen. Wanneer een deel van je vermogen zich in vennootschappen bevindt, werk je best tijdig een doordachte regeling voor de overdracht van deze aandelen uit.

Doorgaans is het fiscaal voordeliger om zoveel mogelijk aandelen reeds bij leven over te dragen. In bepaalde gevallen kies je er toch beter voor om enkele aandelen van uw vennootschap te houden en pas bij een overlijden te laten overgaan. Je erfgenamen zullen je er later (fiscaal) dankbaar om zijn.

Vennootschappen kunnen een of meerdere onroerende goederen bezitten. Bij een patrimoniumvennootschap maken deze activa zelfs een groot deel van het maatschappelijk vermogen uit.

De aandelen van je vennootschap komen bij je overlijden toe aan je erfgenamen of legatarissen (personen die je in je testament aanduidt). Zij zullen op deze aandelen erfbelasting betalen.

Erfbelasting op aandelen

De tarieven in de erfbelasting zijn in principe progressief. Hoe meer je erfgenamen of legatarissen erven, hoe hoger de tarieven in de erfbelasting. Het tarief in rechte lijn (ten voordele van afstammelingen, (groot)ouders, alsook tussen partners en echtgenoten) kan in het Vlaams Gewest oplopen tot 27% en tot 55% tussen andere personen. Aandelen van een ‘familiale vennootschap’ kunnen onder bepaalde voorwaarden vererven aan het vlak gunsttarief van respectievelijk 3% en 7%.

Lagere schenkbelasting op aandelen

De tarieven in schenkbelasting zijn daarentegen vlak en lager. Zij bedragen 3% in rechte lijn en tussen echtgenotes en partners, en 7% tussen andere personen. Deze percentages zijn bovendien van toepassing ongeacht de geschonken vermogenswaarde. In geval van het gunstregime voor aandelen van ‘familiale vennootschappen’ wordt de schenkbelasting zelfs gereduceerd tot 0%.

Je kan omwille van de lagere belastingdruk daarom in de verleiding komen om reeds zoveel mogelijk aandelen bij leven over te dragen.

Alle aandelen schenken, of toch niet zomaar?

Er kunnen echter zowel fiscale als niet-fiscale motieven spelen om niet alle aandelen bij leven te schenken en toch enkele aandelen nog in je bezit te houden/ in je nalatenschap te laten vallen. Een niet onbelangrijk fiscaal motief zal zijn met oog op een latere uitbreng van onroerende goederen uit de vennootschap.

Vastgoed uit vennootschappen halen is immers fiscaal een kostelijke operatie. De algemene regel is dat dit aan het verkooprecht (12%) belast wordt.

De Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF) voorziet in een uitzondering waar niet het verkooprecht, maar wel het vast recht (€ 50) of het verdeelrecht (2,5%) verschuldigd is. Het betreft de toebedeling van onroerend goed aan een ‘historische vennoot’ naar aanleiding van een kapitaalvermindering of bij de vereffening van een personenvennootschap.

Onder personenvennootschappen wordt begrepen:

  • de besloten vennootschap (BV),
  • de vennootschap onder firma (VOF),
  • de commanditaire vennootschap (Comm.V.) en
  • de coöperatieve vennootschap (C.V.).

Een naamloze vennootschap (NV) kwalificeert niet als een personenvennootschap waardoor de onttrekking van een onroerend goed aan een NV steeds gepaard gaat met de heffing van het verkooprecht van 12%.

Onder ‘historische vennoten’ worden vennoten begrepen die:

  • het goed zelf in de vennootschap ingebracht hebben;
  • aandeelhouder waren op het ogenblik dat de vennootschap het goed verworven heeft met betaling van het verkooprecht.

Uitbreiding van de uitzondering voor de ‘historische vennoot’

Het voordeel van deze uitzondering wordt uitgebreid tot alle erfgenamen en legatarissen van deze oorspronkelijke ‘historische vennoot’, alsook erfgenamen van erfgenamen.

Hiervoor is vereist dat de erfgenaam/legataris minstens een deel van de aandelen van de oorspronkelijke ‘historische vennoot’ ingevolge diens overlijden verkreeg.

Bijvoorbeeld:

Marc, een alleenstaande ondernemer, heeft in het jaar 2000 zijn activiteiten in een BV(BA) ondergebracht. In 2012 koopt de vennootschap een bedrijfsgebouw aan. Tien jaar later wil Marc aan successieplanning doen. Hij overweegt om alle aandelen in blote eigendom aan zijn kinderen Stijn en An te schenken.

Er is sprake van een personenvennootschap (in casu BV) en Marc is historische vennoot (hij was aandeelhouder wanneer de BV het goed aangekocht heeft).

Indien Marc álle aandelen aan Stijn en An via schenkt, en er dus geen aandelen via diens nalatenschap verkregen kunnen worden, dan zullen Stijn en An later bij een kapitaalvermindering of vereffening níet van het voormelde uitzonderingsregime kunnen genieten.

Indien Stijn en An elk minstens één aandeel in volle eigendom via Marc’s nalatenschap ontvangen, dan zullen zij als historische vennoot beschouwd worden en volledig onder het uitzonderingsregime vallen. Ook voor alle reeds voorheen geschonken aandelen. Erven Stijn en An enkel aandelen in blote eigendom of vruchtgebruik, dan kunnen zij enkel voor het vruchtgebruik of de blote eigendom onder voormelde uitzondering vallen.

Schenk daarom niet te snel alle aandelen van je vennootschap, maar overweeg om enkele aandelen in volle eigendom in uw bezit te houden indien je aan voormelde voorwaarden van ‘historische vennoot’ voldoet. Laat dit bekijken.

Neem vervolgens de nodige regelingen op in je testament en huwelijkscontract zodat deze overgebleven aandelen bij je overlijden bij de gewenste personen zullen terechtkomen. Zo kunnen zij immers opvolgend als ‘historische vennoot’ beschouwd worden, waarvoor zij je ook (fiscaal) dankbaar zullen zijn.

In welke situaties de ‘historische vennoot’ uiteindelijk het algemeen vast recht dan wel het verdeelrecht verschuldigd zou zijn, zal het voorwerp uitmaken van een volgend artikel.

Tom Huyghebaert
Expert fiscale en familiale planning