Huwen of samenwonen: welke keuze maak je best?
Wanneer je de partner van je leven hebt gevonden, sta je best even stil bij de juridische vorm waarin je samenleeft. Die keuze heeft namelijk belangrijke gevolgen voor je vermogen, fiscaliteit, pensioen en nalatenschap.
Juridisch zijn er drie vormen van samenleven:
- Feitelijk samenwonen
- Wettelijk samenwonen
- Huwen
Invloed op je vermogen
Als gehuwde kan je via je huwelijksstelsel bepalen hoe je goederen worden beheerd en verdeeld. Je kunt kiezen uit verschillende stelsels.
- Bij het wettelijk stelsel zijn er drie vermogens: je eigen vermogen, dat van je partner en het gemeenschappelijk vermogen. Goederen die je al had voor het huwelijk, of die je kreeg via schenking of erfenis, blijven eigen goederen. Inkomen uit je beroepsactiviteit en inkomsten uit eigen goederen worden gemeenschappelijk.
- Kies je voor scheiding van goederen, dan hebben jij en je partner elk enkel een eigen vermogen. Ook beroepsinkomsten blijven volledig van degene die ze ontvangt. Je kunt dit systeem verzachten via een beding van verrekening van aanwinsten.
- Bij een stelsel van algehele gemeenschap zijn bijna alle goederen gemeenschappelijk, behalve een beperkt aantal uitzonderingen.
Via een huwelijkscontract kun je deze regelingen verder aanpassen aan je situatie.
Ben je samenwonend, dan geldt een regeling die sterk lijkt op scheiding van goederen. Jullie behouden elk je eigen goederen en eigen inkomsten. Wat je samen aankoopt, is van jullie allebei in onverdeeldheid. In een samenlevingscontract kun je bepaalde afspraken vastleggen over het samenleven en de verdeling van goederen.
Invloed op je personenbelasting
Op fiscaal vlak worden gehuwden en wettelijk samenwonenden volledig gelijk behandeld. Je doet een gezamenlijke aangifte en je geniet dezelfde voordelen. Zo kun je gebruikmaken van het huwelijksquotiënt (samenwoningsquotiënt) wanneer één van jullie weinig of geen beroepsinkomsten heeft. Daardoor kan een deel van het inkomen van de andere partner belast worden aan een lager tarief.
Feitelijk samenwonenden worden fiscaal beschouwd als alleenstaanden. Je doet een aparte aangifte en je kunt geen gebruik maken van het huwelijksquotiënt.
Invloed op je pensioen
Voor de berekening van het wettelijk pensioen wordt er geen onderscheid gemaakt tussen gehuwden, wettelijk samenwonenden of feitelijk samenwonenden. Je bouwt altijd zelf pensioenrechten op.
Toch kunnen gehuwden in bepaalde situaties een voordeel hebben.
Wanneer één partner weinig of geen loopbaan achter de rug heeft, kan je recht hebben op een gezinspensioen. Dat betekent dat het pensioen van de partner met een volledige loopbaan met 25% verhoogd wordt. Wettelijk of feitelijk samenwonenden hebben geen recht op dit voordeel.
Bij overlijden van je partner kun je als gehuwde aanspraak maken op een overlevingspensioen, op voorwaarde dat je aan de wettelijke criteria voldoet. Als wettelijk of feitelijk samenwonende heb je dit recht niet.
Invloed op het erfrecht en de erfbelasting
Erfrecht
Wanneer je gehuwd bent, erf je als langstlevende minstens het vruchtgebruik op de volledige nalatenschap als er kinderen zijn. Zijn er geen kinderen, dan erf je als langstlevende de volle eigendom van het gemeenschappelijk vermogen en het vruchtgebruik op de eigen goederen van je partner.
Via een huwelijkscontract kun je hiervan afwijken. Je kunt bijvoorbeeld een verblijvingsbeding opnemen, waardoor de volledige gemeenschap automatisch aan jou toekomt bij overlijden van je partner.
Ben je wettelijk samenwonend, dan erf je enkel het vruchtgebruik van de gezinswoning en de huisraad. Je hebt geen reservatair recht en je kunt volledig onterfd worden via testament.
Als feitelijk samenwonende erf je niets automatisch. Je partner moet een testament opstellen als je iets wilt nalaten.
Erfbelasting
In Vlaanderen betalen gehuwden, wettelijk samenwonenden en feitelijk samenwonenden dezelfde erfbelastingtarieven, die laatste op voorwaarde dat feitelijk samenwonenden minstens één jaar samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding hebben.
Voor de gezinswoning geldt een vrijstelling voor gehuwden en wettelijk samenwonenden. Feitelijk samenwonenden moeten drie jaar samenwonen om deze vrijstelling te krijgen.
Daarnaast bestaat er een partnervrijstelling op roerende goederen: op de eerste € 75.000 roerende goederen die je als partner erft, betaal je geen erfbelasting.