Sinds enkele jaren zijn effectenrekeningen onderworpen aan een jaarlijkse ‘taks op de effectenrekeningen’ (effectentaks). Deze taks heeft reeds heel wat stof doen opwaaien, maar wanneer is de taks nu precies verschuldigd en hoeveel bedraagt ze?

Wie is de effectentaks verschuldigd?

De effectentaks viseert effectenrekeningen met een waarde van meer dan € 1.000.000. Dit grensbedrag wordt beoordeeld per effectenrekening, ongeacht het aantal titularissen. Of u volle eigenaar, vruchtgebruiker dan wel blote eigenaar bent, speelt evenmin een rol.

De belasting is verschuldigd door:

  • Belgen die effectenrekeningen hebben in België of in het buitenland
  • Buitenlanders die effectenrekeningen hebben in België
  • In België gevestigde rechtspersonen (bv. vennootschappen) die effectenrekeningen hebben in België of in het buitenland
  • Oprichters van juridische constructies

Enkele voorbeelden

Voorbeeld 1: Een koppel heeft een gezamenlijke effectenrekening van € 1.400.000. Zij zullen de effectentaks verschuldigd zijn. Mocht elk van de partners daarentegen een effectenrekening op hun naam hebben gehad van elk € 700.000, dan was de effectentaks niet verschuldigd.

Voorbeeld 2: Ouders hebben samen met hun kinderen een maatschap opgericht. Bij de oprichting werd een effectenrekening t.w.v. € 1.500.000 ingebracht. De effectentaks zal verschuldigd zijn. Indien er bij de oprichting van de maatschap daarentegen twee effectenrekeningen t.w.v. € 750.000 zouden ingebracht zijn, zou de effectentaks niet verschuldigd zijn.

Voorbeeld 3: Een vennootschap die haar liquide middelen niet nodig heeft voor haar bedrijfsactiviteit  wenst deze te beleggen en opent hiertoe een effectenrekening bij een financiële instelling. De vennootschap stort hierop € 1.200.000 die ze belegt in enkele beleggingsfondsen. De vennootschap zal de effectentaks verschuldigd zijn. Mocht de vennootschap daarentegen twee effectenrekeningen geopend hebben waarop telkens € 600.000 belegd wordt, zou de effectentaks niet verschuldigd zijn.

x

Welke effecten worden geviseerd?

Alle financiële instrumenten op de effectenrekening worden geviseerd. Het gaat dus onder meer om aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, warrants en kasbons, maar ook turbo’s, speeders, trackers en vastgoedcertificaten vallen onder het toepassingsgebied. Zelfs de liquide middelen die niet belegd zijn maar wel in de effectenrekening vervat zitten dienen in rekening te worden gebracht.
Belangrijk is dat aandelen op naam vrijgesteld zijn. Dit betekent dat aandeelhouders van een KMO-vennootschap waarvan de aandelen ingeschreven zijn in een fysiek of elektronisch aandelenregister de effectentaks niet verschuldigd zijn.

Ook verzekeringen worden niet geviseerd, althans niet rechtstreeks. Belegt u bv. via een tak 23-verzekering, dan zal de verzekeraar dit vermogen in principe beleggen via een effectenrekening. Op deze effectenrekening komen dan alle bedragen van de klanten die op de tak 23 hebben ingetekend, waardoor het grensbedrag van € 1.000.000 bereikt zal zijn. Hierdoor zal de verzekeraar de effectentaks verschuldigd zijn.

Hoeveel bedraagt de taks?

Het tarief van de belasting bedraagt 0,15% per jaar. De taks is verschuldigd op de volledige waarde van de effectenrekening en dus niet enkel op de waarde die hoger is dan de grens van € 1.000.000.

Er is wel een uitzondering voorzien indien naar aanleiding van de heffing van de taks de waarde van de effectenrekening onder de grens van € 1.000.000 zou komen. In dat geval wordt de taks beperkt tot 10% van het verschil tussen de belastbare grondslag en de grens van € 1.000.000.

Het belastbaar tijdperk bedraagt 12 maanden en loopt van 1 oktober tot 30 september. De belasting is verschuldigd op de gemiddelde waarde van de effectenrekening op 4 referentietijdstippen, namelijk 31 december, 31 maart, 30 juni en 30 september.

Hoe wordt de effectentaks voldaan?

Ingeval van effectenrekeningen die aangehouden worden bij Belgische financiële instellingen wordt de effectentaks automatisch ingehouden, door de betrokken financiële instelling.

Belastingplichtigen die één of meerdere effectenrekeningen in het buitenland hebben waarop de effectentaks van toepassing is moeten hiervan zelf aangifte doen en de belasting betalen, tenzij de financiële instelling dit doet.

Specifieke antimisbruikbepaling

De wet voorzag in twee specifieke antimisbruikbepalingen. Met deze bepalingen wilde men vermijden dat de belasting zou ontweken worden door effectenrekeningen te gaan opsplitsen of effecten om te zetten op naam. In deze gevallen was er een vermoeden van misbruik. De antimisbruikbepalingen hadden een terugwerkende kracht tot 30 oktober 2020, zijnde de dag waarop het voorstel van de effectentaks voor het eerst in de media kwam.

Hiertegen werd bezwaar ingediend en het Grondwettelijk Hof heeft beslist tot een vernietiging van deze specifieke antimisbruikbepalingen. Dit betekent echter niet dat u voortaan de effectentaks kan vermijden door bijvoorbeeld uw effectenrekeningen op te splitsen. De algemene antimisbruikbepaling, die alle vormen van ontwijking van de effectentaks kan tegengaan, kan immers nog steeds worden toegepast.

Daarnaast vernietigde het Grondwettelijk Hof de terugwerkende kracht van de algemene antimisbruikbepaling, die net als de terugwerkende kracht van de specifieke antimisbruikbepalingen van toepassing was tot 30 oktober 2020. De retroactieve werking werd ingevoerd om te verhinderen dat beleggers maatregelen zouden nemen om de effectentaks te vermijden tijdens de periode die vooraf ging aan de inwerkingtreding van de wet. Het Hof oordeelde dat de algemene antimisbruikbepaling maar van toepassing is voor verrichtingen vanaf de dag van de inwerkingtreding van de wet, nl. 26 februari 2021.

Lore Ockier
Expert fiscale planning