Successieplanning met een zorgkind

Kinderen met een mentale of zware fysieke beperking of kinderen met een psychische kwetsbaarheid vragen levenslang bijzondere aandacht. De meeste ouders staan hier elke dag voor in en doen dit met hart en ziel. Maar wat als u, als ouder, niet langer in staat bent om deze zorg op u te nemen? Wat dient er te gebeuren na uw overlijden? Het doel van een successieplanning met een zorgkind gaat veel verder  dan het louter besparen van erfbelasting. Het voorziet ook in de zorg, de begeleiding en de bescherming van uw kind. Hoe dit best gebeurt, hangt af van uw persoonlijke wensen en bezorgdheden, de aard van de beperking, uw vermogen, etc..

Hierbij vindt u alvast enkele aandachtspunten:

Onverdeeldheden vermijden?

Heeft u meerdere kinderen, dan zullen zij, volgens de wettelijke regels, uw vermogen erven in onverdeeldheid. Elk kind erft een stukje van alles. Voor het erfrecht zijn alle kinderen gelijk, het houdt geen rekening met de specifieke noden van sommige kinderen. Een dergelijke onverdeeldheid is misschien niet wenselijk. Belangrijke beslissingen zullen immers de goedkeuring van uw zorgkind nodig hebben of zelfs de tussenkomst van de vrederechter noodzakelijk maken indien uw zorgkind onder bewind zou staan.

U kan op een dergelijke situatie anticiperen door bepaalde goederen volledig te laten toekomen aan bepaalde erfgenamen. Dit kan u in overleg met uw kinderen bepalen. U kan uw nalatenschap sturen door het opmaken van een testament (ontdek hier hoe u dit doet) of door nu reeds goederen te schenken (in blote eigendom) aan bepaalde kinderen.

Omzetting van de blote eigendom: een gevaar voor uw zorgkind?

Heeft u niets geregeld, dan vererft uw vermogen volgens de wettelijke regels. Bent u gehuwd en heeft u kinderen, dan zal uw echtgeno(o)t(e) het vruchtgebruik verkrijgen en de kinderen de blote eigendom.

Kinderen hebben als blote eigenaar het recht om de omzetting te vragen van de blote eigendom in volle eigendom. Zij kunnen als het ware een uitbetaling vragen van de waarde van de blote eigendom. Is uw zorgkind handelingsbekwaam, dan kan hij zelf de omzetting vragen. Dit zou voor de langstlevende ouder een financieel probleem kunnen vormen. Bovendien is het veelal niet wenselijk ter bescherming van het zorgkind, mocht hij bijvoorbeeld spilzuchtig of gokverslaafd zijn, een bipolaire stoornis hebben,…

Ook als uw kind onder bewind zou staan, zou de vrederechter de omzetting in zijn/haar plaats kunnen vragen om gelden vrij te maken ten behoeve van zijn/haar verzorging bijvoorbeeld.

Stel, u bezit naast uw gezinswoning nog een appartement ter waarde van € 300.000. Na uw overlijden komt het appartement in vruchtgebruik toe aan uw partner (die 62 jaar is) en in blote eigendom aan uw zorgkind. Uw kind zit in geldnood en vraagt de omzetting van de blote eigendom. Indien dit door de rechter zou worden toegestaan, dan zal uw partner € 186.000 (€ 300.000 x 62%) moeten uitbetalen aan uw zorgkind.

Via een testament kan u uw zorgkind het recht om de omzetting te vragen ontnemen.

Meer of minder nalaten aan uw zorgkind?

Uw kinderen erven, volgens het wettelijk erfrecht, elk een gelijk deel van uw nalatenschap. Afhankelijk van uw concrete situatie kan het echter wenselijk zijn om meer of minder vermogen na te laten aan uw zorgkind dan aan uw andere kinderen.

Door het opmaken van een testament of door het verrichten van schenkingen tijdens uw leven, kan u afwijken van deze gelijke verdeling. Hierbij dient u wel rekening te houden met het voorbehouden erfdeel waarop kinderen recht hebben en dat hen niet ontnomen kan worden (dit is de zogenaamde “reserve”). De reserve bedraagt steeds de helft van uw nalatenschap, ongeacht het aantal kinderen. Over de andere helft kan u volledig vrij beschikken. Heeft u twee kinderen bijvoorbeeld, dan heeft elk kind recht op minstens 25% van uw nalatenschap.

Uw zorgkind heeft geen afstammelingen?

Zorgkinderen hebben vaak zelf geen kinderen. Indien uw zorgkind later zou komen te overlijden zonder zelf afstammelingen na te laten, dan zal zijn nalatenschap toekomen aan zijn ouders (elk voor 1/4de), indien zij nog in leven zijn, en aan zijn broers en/of zussen (voor de rest).

Op de vererving tussen broers en zussen kunnen de tarieven in de erfbelasting oplopen tot 55%. Dit tarief is van toepassing van zodra een broer of zus meer verkrijgt dan € 75.000. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen roerende en onroerende goederen zodat men snel in de hoogste schijf van 55% terecht komt.

Om deze hoge fiscale factuur te vermijden kan u als ouder een testament opmaken waarin u bepaalt dat hetgeen uw zorgkind van u erft, bij zijn of haar later overlijden moet toekomen aan uw andere kinderen (dit is een zogenaamd “restlegaat”). Uw andere kinderen zullen erfbelasting verschuldigd zijn op hetgeen zij nog verkrijgen bij het overlijden van uw zorgkind aan de (gunstigere) tarieven die gelden in rechte lijn (tussen ouders en kinderen).

Wat met het recht op tegemoetkomingen?

Personen met een beperking hebben vaak recht op een inkomensvervangende tegemoetkoming en een integratietegemoetkoming. Het bedrag hiervan wordt bepaald op basis van de gezinssituatie en het inkomen opgenomen in de aangifte in de personenbelasting.

Uw kind kan deze tegemoetkoming verliezen wanneer het een (te) hoog inkomen heeft of zijn/haar partner een (te) hoog inkomen heeft. Dit inkomen kan ook afkomstig zijn uit onroerende goederen die uw zorgkind van u erft. Het is dus aangewezen om ook in uw successieplanning hiermee rekening te houden.

Deze aandachtspunten zijn slechts een eerste aanzet tot het nadenken over een successieplanning met een zorgkind. Gezien de specifieke materie is elke situatie anders en dienen alle facetten in kaart te worden gebracht. Lemon Consult kan u hierin begeleiden.

Lees hier het verhaal van Lieve en Luc in de Handiscoop van januari 2021 >

Boek hier vrijblijvend je online meeting