U wil een zelfstandige (familielid of kennis) financieel ondersteunen en tegelijkertijd een aardig rendement op de investering behalen? Een winwinlening maakt dit mogelijk. Via het geven van een dergelijke lening geniet de kredietgever immers een belastingvoordeel, terwijl de rentevoet voor de kredietnemer relatief beperkt blijft. Het regime van de winwinlening werd in 2020 op enkele punten versoepeld.

Wat houdt de winwinlening in?

De winwinlening houdt in dat een particulier een lening verstrekt aan een onderneming, ter financiering van diens activiteiten. Zowel eenmanszaken als vennootschappen komen in aanmerking. Wel moet het gaan om een KMO met een economische activiteit en een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest.

Op het openstaand kapitaal moet door de zelfstandige intresten betaald worden. De intrestvoet is wettelijk geregeld en mag voor winwinleningen die worden afgesloten in 2020 niet hoger zijn dan 1,75% en niet lager dan 0,875%.

Naast de intresten geniet de kredietgever een fiscale incentive onder de vorm van een belastingkrediet in de personenbelasting.

Een belastingvoordeel voor de kredietgever

Het jaarlijks belastingvoordeel bedraagt 2,5% van het gemiddelde van de openstaande saldi van de lening op 1 januari en 31 december van ieder jaar. Dat deze belastingvermindering, samen met de interesten, voor een meer dan behoorlijk rendement zorgt, blijkt uit het volgende voorbeeld.

Een onderneming (in ons voorbeeld een BV) wil een investering verrichten. Een vriend van de bestuurder leent de BV hiervoor € 50.000 via een winwinlening. In de onderhandse leningsakte werd bepaald dat de lening een looptijd heeft van 8 jaar, dat de jaarlijkse intrestvoet 1,75% bedraagt en dat de hoofdsom van € 50.000 na 8 jaar in één keer moet worden terugbetaald.

De BV moet een jaarlijkse intrestvergoeding van € 875 betalen. Hiervan moet de BV € 262,50 (30%) roerende voorheffing afhouden en doorstorten aan de Staat. De kredietgever zal dus netto € 612,50 aan intresten ontvangen. Daarnaast krijgt hij een belastingkrediet van 2,5% op € 50.000, waardoor hij jaarlijks € 1.250 minder personenbelasting zal betalen. Jaarlijks ontvangt de kredietgever dus € 1.862,50, wat neerkomt op een nettorendement van 3,73%. Na 8 jaar betaalt de onderneming het volledige kapitaal terug en eindigt de winwinlening.

Wat indien de BV tijdens de looptijd van de lening in vereffening gaat of failliet zou gaan en het saldo van de lening (deels) verloren gaat? Indien de lening werd afgesloten na 15 maart 2020 wordt aan de kredietgever een eenmalige belastingvermindering toegekend van 40% van het definitief verloren gegane bedrag. Voor leningen die vóór deze datum werden aangegaan bedraagt het belastingkrediet 30% van het verloren gegane bedrag.

Aan welke voorwaarden moet de kredietgever voldoen?

De kredietgever moet een natuurlijk persoon én inwoner van het Vlaamse Gewest zijn die de lening buiten het kader van zijn beroepsactiviteit geeft.

Als de kredietnemer een zelfstandige onder eenmanszaak is, dan mag de kredietgever niet de echtgeno(o)t(e) of de wettelijk samenwonende partner van de kredietnemer zijn. Ingeval de kredietnemer een vennootschap is, dan kan de kredietgever geen zaakvoerder, bestuurder of aandeelhouder van de kredietnemer zijn, noch de echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner van één van deze personen. Bovendien mag de kredietgever nooit werknemer bij de kredietnemer zijn. Er is een uitzondering voor kleine aandeelhouders (met maximum 5% van de aandelen). Voor hen is het toekennen van een winwinlening wel mogelijk.

Welke voorschriften gelden voor de winwinlening zelf?

De lening is steeds een achtergestelde lening, waardoor zij bij stopzetting van de onderneming pas wordt terugbetaald als alle andere schulden zijn betaald.

De looptijd van de lening kan variëren tussen de 5 en 10 jaar. De aflossingen kunnen gebeuren op maandelijkse, driemaandelijkse, zesmaandelijkse of jaarlijkse basis, of éénmalig op het einde van de looptijd. In de kredietakte kan men ook de mogelijkheid tot vervroegde terugbetaling voorzien.

Het totale bedrag dat de kredietgever aan één of meerdere kredietnemers kan uitlenen, bedraagt maximaal € 75.000. Bij echtgenoten of wettelijk samenwonenden geldt het maximum van € 75.000 voor elke echtgeno(o)t(e) of partner afzonderlijk. Anderzijds mag het totale bedrag dat de kredietnemer ontvangt, maximaal € 300.000 bedragen.

Steve Bossuyt
Expert familiale planning
Een vraag over dit artikel? Stel ze hier aan de auteur.
Neem contact met ons op indien u vragen heeft over de winwinlening