Langer (moeten) werken: wat met uw verzekering ‘gewaarborgd inkomen’?

2019-11-12T17:13:39+00:00 12 november 2019|Pensioen|

Sinds enkele jaren is de uitkering van pensioenkapitalen uit de tweede pijler (IPT, VAPZ,…) gekoppeld aan de wettelijke pensioendatum. Dit betekent dat:

  • De pensioenkapitalen mogen worden uitgekeerd vanaf het moment dat u recht hebt op een wettelijk pensioen, maar het pensioen nog niet effectief hebt opgenomen.
  • De pensioenkapitalen moeten worden uitgekeerd op het moment dat u effectief geniet van een wettelijk pensioen (op vandaag bedraagt de wettelijke pensioenleeftijd 65 jaar, in 2025: 66 jaar en vanaf 2030: 67 jaar).

Deze gewijzigde datum van uitkering van de pensioenkapitalen kan een invloed hebben op uw pensioenplanning. Pensioenkapitalen die vroeger al konden worden uitgekeerd op bijvoorbeeld 60 jaar, zullen nu niet langer kunnen worden gebruikt om de periode tussen de effectieve pensionering en het verkrijgen van het wettelijk pensioen te overbruggen.

Bovendien zijn aan dergelijke contracten niet zelden aanvullende waarborgen opgenomen, zoals bijvoorbeeld een dekking bij arbeidsongeschiktheid. Indien u een polis hebt lopen met een einddatum die niet overeenstemt met uw effectieve pensionering dan loopt u het risico om arbeidsongeschikt te worden zonder dat u nog een dekking geniet na de einddatum van dit contract.

Wat met contracten waar de einddatum werd vastgelegd op 60 of 65 jaar?
Vele oude contracten lopen af op 60 jaar. Als u op dat moment uw kapitaal niet kan opnemen (omdat u nog niet effectief met (vervroegd) pensioen kan gaan), wordt uw contract automatisch verlengd. Als aan dat contract een verzekering ‘gewaarborgd inkomen’ is gekoppeld, wordt die dekking echter niet automatisch mee verlengd.

Een aantal verzekeringsmaatschappijen bieden de mogelijkheid deze dekking te verlengen zonder medische vragenlijst/onderzoek. U kan hiervoor opteren tot en met 1 juni 2021. Dit kan zeker zinvol zijn indien u in het recent verleden een medisch probleem heeft gehad en het medisch onderzoek niet zou doorstaan.

Wat houdt een verzekering ‘gewaarborgd inkomen’ in?
De verzekering ‘gewaarborgd inkomen’ keert maandelijks een bijkomend vervangingsinkomen uit indien u arbeidsongeschikt wordt. Zo’n verzekering is bijna onmisbaar want de maximale RSZ-uitkering bij arbeidsongeschiktheid bedraagt voor een zelfstandige slechts € 60,86 per dag.

Vaak is deze verzekering gekoppeld aan een pensioenverzekering (aangezien dit doorgaans goedkoper is dan een ‘stand-alone’ verzekering). Als uw pensioenverzekering op uw 60ste afloopt, dan stopt ook de dekking ‘gewaarborgd inkomen’ op uw 60ste. Het feit dat u het pensioenkapitaal op dat moment mogelijks nog niet kunt opnemen verandert daar niets aan. Een aantal verzekeringsmaatschappijen stellen nu voor om die dekking automatisch te verlengen tot op het moment waarop u 65 of 67 wordt, zonder medisch onderzoek. Als u niet op het tijdelijk aanbod ingaat en daarna toch uw contract wilt verlengen, zal u wel een medisch onderzoek moeten ondergaan.

Hou er rekening mee dat er een premiestijging gepaard zal gaan met deze verlenging. Dit kan mogelijks zelfs tot een verdubbeling van de premie leiden.

Of een verlenging al dan niet zinvol is hangt af van uw persoonlijke situatie. Bent u op vandaag bijvoorbeeld 40-50 jaar, heeft u jonge kinderen (of is er nog een kinderwens) en heeft u nog een lening lopen met een groot openstaand saldo, dan kan u een verlenging zeker overwegen. De kans dat uw kinderen binnen 10 of 20 jaar nog zullen verder studeren en uw woonlening nog niet afgelopen zal zijn, is dan groot. Indien u op vandaag reeds 58 jaar bent, uw woonlening (bijna) is afgelopen en uw kinderen het huis uit zijn, dan zullen de financiële gevolgen veel minder groot zijn indien u na uw 60 jaar arbeidsongeschikt wordt.

Wat met het rendement van uw pensioenverzekering?
De hamvraag inzake deze problematiek is welk rendement de pensioenreserves tussen de leeftijd van bv. 60 jaar en de wettelijke pensioenleeftijd zullen krijgen. Op deze cruciale vraag geeft de pensioenwetgeving geen duidelijk antwoord. Hooguit geeft de memorie van toelichting wat vage commentaar, met de boodschap dat de reserves “verder blijven evolueren op basis van de rendementen van de pensioeninstelling”. Dienen we hieruit af te leiden dat de verzekeringsmaatschappij de tot 60 jaar gewaarborgde intrestvoeten (misschien nog voor een groot stuk aan 3,75%,…) moet doortrekken tot de wettelijke pensioenleeftijd? Dit lijkt alvast niet wat de verzekeringsmaatschappijen voor ogen hebben. Het zal dus eerder 0% zijn, of iets in die buurt. De dalende opbrengsten op de financiële markten, maken het voor verzekeraars immers moeilijk om nog hoge rendementen te waarborgen.

Als gevolg van deze onzekerheid kan u er misschien goed aan doen om de premiebetaling van uw bestaande pensioenverzekering (2de pijler) met eindleeftijd 60 jaar stop te zetten (‘premievrijmaking’) en een andere pensioenverzekering te sluiten met eindleeftijd 67 jaar. Zo zal er al minstens voor de toekomstige premies en de hiermee gevormde pensioenreserve geen discussie moeten gevoerd worden met de verzekeraar over het toe te passen rendement tussen 60 en 67 jaar. Aan die nieuwe pensioenverzekering kan eventueel ook een arbeidsongeschiktheidsdekking tot 67 jaar gekoppeld worden, afhankelijk van uw persoonlijke situatie uiteraard.

 

Lynn Boterberg
Expert fiscale en financiële planning

Een vraag over dit artikel? Stel ze hier aan de auteur.