Wat betekent het nieuwe vennootschapsrecht voor u?

2019-04-27T10:46:51+00:00 27 april 2019|Vermogen|

Op 1 mei treedt het gloednieuwe vennootschapsrecht in werking, één van de laatste grote hervormingen van de regering Michel. Maar wat houdt dit voor u als ondernemer nu in? Moet u iets doen? Welke voordelen kan nieuwe vennootschapsrecht bieden voor uw vennootschap?

Van BVBA naar BV
Vooreerst valt op dat de term ‘besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid’ (BVBA) niet meer terug te vinden is in het nieuwe wetboek. Voortaan spreken we over een ‘besloten vennootschap’ (BV), naar Nederlands voorbeeld. Dit brengt voor veel vennootschappen onmiddellijk heel wat praktische gevolgen met zich mee: aanpassing briefpapier, bestickering,…

Ook heel wat andere vennootschapsvormen krijgen een grondige facelift of verdwijnen zelfs helemaal uit het straatbeeld. Zo worden bijvoorbeeld de commanditaire vennootschap op aandelen (Comm.VA) en de landbouwvennootschap (LV) als afzonderlijke rechtsvorm opgeheven. De coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (CVBA) verdwijnt niet helemaal, doch wordt voorbehouden voor de erkende coöperatieven. Vrije beroepen die zich onder de vorm van een CVBA georganiseerd hebben, zullen moeten kiezen voor een andere rechtsvorm.

De meeste specifieke kenmerken en voordelen van deze vennootschapsvormen kunnen wel behouden worden, door ze te integreren in een andere rechtsvorm.

Weg met het kapitaal!
Bij de oprichting van een BVBA of een CVBA is in het oude vennootschapsrecht een kapitaalinbreng vereist van minstens € 18.550.

In het nieuwe vennootschapsrecht wordt het begrip ‘kapitaal’ volledig geschrapt, en vervangen door de verplichting om te zorgen voor een ‘toereikend’ aanvangsvermogen. Het is aan de oprichters van een BV of een CV om te oordelen welk startvermogen de vennootschap nodig heeft om haar activiteiten uit te oefenen. Het financieel plan, waarvan de minimuminhoud wettelijk wordt vastgelegd, krijgt hierbij een cruciale rol.

Samen met de afschaffing van het kapitaalconcept verdwijnen ook de begrippen die daarmee verband houden, zoals de wettelijke reserve, uitgiftepremie, kapitaalverhoging en -vermindering,… Betekent dit dan dat gedane inbrengen niet meer kunnen worden uitgekeerd? Toch wel, bovendien zal dit in de toekomst zonder de tussenkomst van een notaris kunnen.

Wel zal u voortaan rekening moeten houden met een ‘nettoactieftest’ en een ‘liquiditeitstest’ wanneer u een dividend wil uitkeren, eerdere inbrengen wenst terug te betalen, een inkoop van eigen aandelen overweegt,… Deze regels worden dus wat strenger, als keerzijde van de grotere flexibiliteit op andere vlakken.

Opgelet: voor een NV verdwijnt het kapitaalbegrip niet. Daar blijft een minimumkapitaal van € 61.500 gelden. Ook alle regels die ermee verband houden blijven overeind.

Ook op fiscaal vlak verandert er niets. Wanneer eerder inbrengen worden terugbetaald (kapitaalvermindering), dan moet de fiscale pro rata regeling die vorig jaar werd ingevoerd, nog steeds worden toegepast.

Uw aansprakelijkheid wordt wettelijk beperkt
Verder valt er een interessante wijziging te noteren inzake de aansprakelijkheid van bestuurders. Deze aansprakelijkheid wordt beperkt tot welbepaalde maxima, gaande van € 125.000 tot € 12.000.000, in functie van de gemiddelde omzet en het balanstotaal van de vennootschap over een periode van drie jaar.

De wettelijke beperking van de aansprakelijkheid zou bestuurdersrisico’s beter voorspelbaar en makkelijker (goedkoper) verzekerbaar moeten maken. Afwachten of dit ook in de praktijk zo zal blijken.

Meer flexibiliteit voor uw vennootschappengroep
Wie met verschillende vennootschappen werkt, wordt geconfronteerd met heel wat ‘vervelende’ regeltjes: een NV moet steeds minstens 2 aandeelhouders en minstens 3 (of in bepaalde gevallen: 2) bestuurders tellen, een BVBA kan niet de enige aandeelhouder zijn van een andere BVBA,… Om hieraan te verhelpen moet niet zelden een Chinese vrijwilliger worden gezocht die een bestuursmandaat wil opnemen of één aandeel wil aanhouden.

Deze belemmeringen worden in het nieuwe vennootschapsrecht afgeschaft: een NV zal kunnen bestaan met één enkele aandeelhouder en één bestuurder, die zelfs statutair kan worden benoemd (hiermee wordt de afschaffing van de Comm.VA opgevangen). Tevens zal een vennootschap alle aandelen van een andere vennootschap kunnen aanhouden, zonder gesanctioneerd te worden.

Meer vrijheid dus, om uw vennootschappengroep op maat te organiseren.

Moduleer het stem- en dividendrecht op maat
Het nieuwe vennootschapsrecht biedt heel wat meer flexibiliteit om de statuten van uw vennootschap (de interne spelregels) op te stellen volgens uw specifieke wensen. Zo zal het bijvoorbeeld mogelijk zijn om aan bepaalde aandelen meer stemrecht toe te kennen dan aan andere. Op die manier kan een aandeelhouder die slechts 10% van de aandelen bezit, toch over de meerderheid van de stemmen beschikken. Ook dividenduitkeringen kunnen losgekoppeld worden van het aandelenbezit.

Deze vrijheid biedt nieuwe mogelijkheden bij het opzetten van bijvoorbeeld een familiale vermogensplanning. Het wordt perfect mogelijk dat een pater familias 10% van de aandelen aanhoudt, maar wel beschikt over 51% van de stemmen en 30% van de dividenden ontvangt.

Uw vennootschap kan voortaan dus écht op uw maat worden georganiseerd.

Organiseer een uittreding zoals u het wil
Heel wat associaties van vrije beroepen zijn georganiseerd onder de vorm van een CVBA. Eén van de voordelen van deze rechtsvorm is dat vennoten kunnen in- en uittreden ‘ten laste van het vennootschapsvermogen’. Wanneer iemand wil uittreden, dan gaat dit niet noodzakelijk gepaard met de overdracht (verkoop) van aandelen aan een andere vennoot. De uittredende vennoot kan daarentegen een zgn. ‘scheidingsaandeel’ ontvangen vanuit de vennootschap zelf. De overige vennoten moeten dan niet zelf met geld over de brug te komen. Dit scheidingsaandeel is wel gedeeltelijk onderworpen aan een roerende voorheffing van in de regel 30%.

Omdat coöperatieve vennootschappen in de toekomst worden voorbehouden voor de ‘echte’ coöperatieven, wordt de mogelijkheid geboden om ook in een BV een ‘in- en uittreding ten laste van het vennootschapsvermogen’ te organiseren.

Dit kan u verder naar eigen goeddunken moduleren. Zo kan u bepalen dat iemand maar kan uittreden vanaf een bepaalde leeftijd, of de hoogte van het scheidingsaandeel afhankelijk maken van bepaalde omstandigheden.

Wat moet ik doen?
Het nieuwe vennootschapsrecht treedt in werking op 1 mei 2019 voor vennootschappen die vanaf die datum worden opgericht.

Voor reeds bestaande vennootschappen treden de wijzigingen in werking vanaf 1 januari 2020. Dit betekent dat u bij de eerstvolgende statutenwijziging vanaf die datum verplicht wordt om uw statuten integraal aan te passen aan de nieuwe wet. Niettemin zullen een aantal dwingende bepalingen al van rechtswege in werking treden op 1 januari 2020, ook al zijn de statuten nog niet aangepast. Hoe dan ook moet u de statuten van uw vennootschap verplicht aanpassen tegen uiterlijk 1 januari 2024.

Gaat u tussen mei en december 2019 tot bij de notaris, bv. om een kapitaalvermindering door te voeren? Kan dan u er vrijwillig voor opteren om de statuten van uw vennootschap reeds integraal in overeenstemming te brengen met de nieuwe wet (een zgn. opt-in). Dit vermijdt een bijkomend notarisbezoek in de volgende jaren.

Hoe dan ook, vooraleer u uw statuten aanpast aan de nieuwe wet, denk u best na op welke manier u de nieuwe regels kan gebruiken in uw persoonlijke situatie. Het nieuwe vennootschapsrecht biedt immers heel wat nieuwe mogelijkheden om uw vennootschap op maat te organiseren. De specialisten van Lemon Consult staan hierin graag bij zodat u de mogelijkheden van de nieuwe wet maximaal benut.

 

Dieter Bossuyt
Belastingconsulent Lemon Consult