De keuze om te huwen of samen te wonen is vaak persoonlijk en emotioneel. Toch heeft die keuze ook belangrijke juridische en financiële gevolgen. In deze reeks lichten we de belangrijkste verschillen en gelijkenissen toe tussen huwen en samenwonen.

In dit artikel ontdek je welke impact je keuze heeft op de verdeling van je vermogen, of dat van je levenspartner.

Wettelijk erfrecht

Het wettelijk erfrecht is van toepassing bij de verdeling van jouw nalatenschap, tenzij je een afwijkende regeling heeft getroffen. In huidig artikel gaan we er van uit dat je geen planning hebt gedaan.

Niet of feitelijk samenwonend

Partners die feitelijk samenwonen of een LAT-relatie hebben, erven in principe niets van elkaar o.b.v. het wettelijk voorziene erfrecht. Om elkaar te begunstigen moet dus een testament worden opgemaakt of andere stappen worden gezet.

Op basis van het wettelijk erfrecht erven jouw bloedverwanten de volle eigendom van je totale vermogen. Heb je kinderen, dan erven ze elk voor een gelijk deel in elk goed. Heb je geen kinderen, dan gaat je vermogen naar je andere wettelijke erfgenamen (broers/zussen/ouders/grootouders/…).

Schematisch ziet de vererving er dus als volgt uit:

Wettelijk samenwonend

Van zodra je een verklaring van wettelijke samenwoning op het gemeente-/stadhuis heeft afgelegd, ben je wettelijk samenwonend. De langstlevende wettelijk samenwonende partner erft op grond van de wet het vruchtgebruik van de gezinswoning (indien privé eigendom) en het daarin aanwezige huisraad. Om elkaar meer te begunstigen moet dus een testament worden opgemaakt of andere stappen worden gezet.

Het overige vermogen gaat op basis van het wettelijk erfrecht naar je bloedverwanten in volle eigendom, behalve de goederen waarover de wettelijk samenwonende partner het vruchtgebruik verkrijgt, die je bloedverwanten in blote eigendom erven.

Schematisch ziet de vererving er dus als volgt uit:

Gehuwden

Van zodra je het ja-woord voor de ambtenaar van burgerlijke stand heeft gegeven, beschikt de langstlevende automatisch over een uitgebreid én voorbehouden (reservatair) erfrecht.

Basis: De langstlevende krijgt het vruchtgebruik van je volledige nalatenschap. De blote eigendom wordt in principe geërfd door je bloedverwanten.

Schematisch ziet de vererving er dus als volgt uit.

Extra: Bezit je echter goederen in exclusieve onverdeeldheid (enkel beide echtgenoten, ongeachte de verdeelsleutel), en/of behoren er goederen toe tot het gemeenschappelijk vermogen (indien je onder een gemeenschapsstelsel gehuwd bent) dan wordt de langstlevende echtgenoot volledig eigenaar van deze goederen.

Impact gekozen huwelijksstelsel

De samenstelling van je nalatenschap, wordt mee beïnvloed door het gekozen huwelijksstelsel en de verdeling van de vermogens bij ontbinding van het huwelijk.

In je huwelijksovereenkomst kan je bijzondere regelingen omtrent de samenstelling van de vermogens alsook over de verdeling van je vermogens zowel bij een overlijden of bij een eventuele echtscheiding.

Deze regelingen tussen echtgenoten kunnen meestal niet worden afgesloten tussen feitelijk of wettelijk samenwonende partners.

Voorbehouden erfdeel van de langstlevende

Feitelijk of niet samenwonend

Je hebt géén (voorbehouden) erfdeel.

Wettelijk samenwonend

Zodra je wettelijk samenwoont, is er voorzien dat het vruchtgebruik over de gezinswoning naar de wettelijk samenwonende partner gaat. Dit erfrecht is niet voorbehouden (reservatair) en kan eenvoudig bijvoorbeeld door middel van testament worden ontnomen. Wens je zekerheid, dan zal je dat op een andere manier moeten regelen.

Gehuwden

Door te trouwen geef je elkaar automatisch een voorbehouden erfdeel (de ‘reserve’).

De reserve van de echtgenoot bedraagt de helft in vruchtgebruik van de nalatenschap, tenzij de langstlevende opteert voor het vruchtgebruik over de gezinswoning en de daarin aanwezige huisraad.

Je kan via testament het voorbehouden erfrecht van de langstlevende echtgenoot beperken tot de helft, maar je kan deze niet eenzijdig volledig ontnemen.

Heeft één van de echtgenoten een kind die niet gemeenschappelijk is, dan kunnen de echtgenoten in hun huwelijksovereenkomst met onderling akkoord het voorbehouden erfrecht van langstlevende verder beperken tot minimum 6 maand bewoningsrecht in de gezinswoning (clausule Valkeniers).

Hiervoor dienen de vormvereisten van een zgn. ‘punctuele erfovereenkomst’ te worden gerespecteerd. Dat houdt in dat je tijdig (minstens 2 maanden) voor je huwelijk de bijhorende procedure bij je notaris dient op te starten.

Impact op voorbehouden erfdeel kinderen

Het voorbehouden erfdeel van de kinderen zal door een huwelijk in principe verminderen van de helft in volle eigendom naar de helft in blote eigendom.

Indien het reservatair vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot per huwelijkscontract verminderd of ontnomen wordt (zie de “clausule Valkeniers” hierboven), dan zal de reserve van de kinderen de helft in volle eigendom blijven. 

Wettelijk toegekend opvolgend vruchtgebruik

Zodra je huwt, geniet de echtgenoot van een bijkomende bescherming. Schenkt een echtgenoot vermogen met voorbehoud van vruchtgebruik, dan geniet de andere (langstlevende) echtgenoot over een ‘wettelijk toegekend opvolgend vruchtgebruik’ (WTOV).

Dit is beperkt tot het (eigen) vermogen die een echtgenoot vanaf het huwelijk zou schenken. Deze regeling is bijgevolg niet van toepassing op voorheen reeds gedane schenkingen.

Indien je bij een schenking niet wil dat het WTOV later kan worden toegepast, heb je verschillende mogelijkheden. Die kan u lezen in het artikel via deze link.

Bescherming gezinswoning

Zodra je wettelijk samenwonend of gehuwd bent, is er een bijzondere bescherming van de gezinswoning.

Wordt de gezinswoning verkocht, weggeschonken of gehypothekeerd, dan zal ook de andere echtgenoot die geen eigenaar is hier mee akkoord moeten gaan.

Ook het vruchtgebruik die je van deze gezinswoning zou erven als wettelijk samenwonende partner of echtgenoot, wordt beschermd wanneer een van de blote eigenaars zou vragen tot omzetting van dat vruchtgebruik. Zowel de blote eigenaars als de vruchtgebruiker/overlevende echtgenoot kunnen de omzetting van het vruchtgebruik vragen (doorgaans vragen de kinderen om te worden uitbetaald). Voor de gezinswoning voorziet de wetgever uitdrukkelijk dat de langstlevende samenwonende partner of echtgenoot hierover steeds het laatste woord (een ‘vetorecht’) heeft, ook bij nieuw samengestelde gezinnen.

Feitelijk samenwonende partners genieten niet van voormelde bescherming.

Conclusie

De keuze tussen huwen of samenwonen heeft belangrijke juridische en financiële gevolgen, zo ook op het vlak van het erfrecht. Het is dan ook zaak om vooraf een weloverwogen keuze te maken, waarbij alle aspecten in de weegschaal worden gelegd, zoals de impact op je pensioen, het erfrecht, etc. Deze topics worden toelicht in andere bijdrages in deze reeks.

Heb je vragen over je samenlevingsvorm? De experten van Lemon Consult helpen je graag verder.

 

Tom Huyghebaert
Expert familiale planning