Afgelopen zomer werd een hervorming van de personenbelasting goedgekeurd. Daarmee wil de federale regering werken fiscaal aantrekkelijker maken en de koopkracht versterken. We zetten de belangrijkste wijzigingen voor jou op een rij.

Hogere belastingvrije som

Iedere belastingplichtige heeft recht op een belastingvrije som. Dat is het deel van je belastbaar inkomen waarop je geen personenbelasting betaalt.

De federale regering voorziet een geleidelijke verhoging van deze belastingvrije som. Daardoor blijft een groter deel van je inkomen buiten de belastingheffing. De maatregel moet werken financieel aantrekkelijker maken. Vooral personen met een laag of gemiddeld inkomen kunnen hiervan profiteren.

Wijzigingen in de gezinsfiscaliteit

Ook de fiscale voordelen voor kinderen ten laste worden aangepast. Vanaf aanslagjaar 2027 worden de toeslagen op de belastingvrije som voor het eerste en tweede kind geleidelijk verhoogd, zodat beide kinderen vanaf aanslagjaar 2030 hetzelfde fiscale voordeel opleveren.

Tegelijk worden de toeslagen voor kinderen ten laste tijdelijk niet geïndexeerd. Voor gezinnen met drie of meer kinderen betekent dit dat hun fiscale voordeel gedurende enkele jaren niet stijgt.

Daarnaast wordt ook het huwelijksquotiënt beperkt. Dit systeem biedt vandaag een fiscaal voordeel aan gehuwden en wettelijk samenwonenden waarbij één partner weinig of geen beroepsinkomsten heeft. Voor niet-gepensioneerden wordt het voordeel geleidelijk gehalveerd tegen aanslagjaar 2030. Voor gepensioneerden wordt onder bepaalde voorwaarden een langere overgangsperiode van twintig jaar voorzien.

Nieuwe ondernemersaftrek voor zelfstandigen

Vanaf aanslagjaar 2028 wordt een nieuwe ondernemersaftrek ingevoerd. Hierdoor wordt een gedeelte van de winst of baten van zelfstandigen die hun activiteit als natuurlijke persoon uitoefenen, vrijgesteld van personenbelasting.

Daarnaast wordt de belastingvermeerdering wegens onvoldoende voorafbetalingen voor zelfstandigen die onder een eenmanszaak werken afgeschaft. Vrijwillige voorafbetalingen blijven evenwel interessant om een grote belastingafrekening te vermijden.

Gunstiger belastingtarief voor werkende gepensioneerden

Wie na z’n pensionering blijft verder werken, betaalt op dit inkomen vaak een hoge belasting. Het loon wordt immers samengeteld met het pensioeninkomen, waardoor je snel in de hoogste schijf van 50% terechtkomt.

Vanaf 2027 verandert dit. Gepensioneerden die na de wettelijke pensioenleeftijd of na een volledige loopbaan van 45 jaar blijven werken, worden voortaan onder bepaalde voorwaarden belast tegen een afzonderlijk belastingtarief van 33% op hun bijkomende beroepsinkomsten.

Dit gunsttarief geldt niet voor gepensioneerden die hun beroepsactiviteit als zelfstandige of als bedrijfsleider van een vennootschap voortzetten.

Lagere bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid

Vanaf 2028 wordt de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid in principe op individuele basis berekend in plaats van op basis van het gezinsinkomen.

Ook wordt de maximumbijdrage gehalveerd. Vooral alleenstaanden kunnen hierdoor een fiscaal voordeel genieten.

Auteursrechten opnieuw toegankelijk voor IT-sector

Het fiscaal gunstregime voor auteursrechten wordt opnieuw uitgebreid naar bepaalde digitale beroepen, waaronder softwareontwikkelaars.

Hierdoor kunnen bepaalde inkomsten uit auteursrechten op computerprogramma’s opnieuw als roerende inkomsten worden belast. De forfaitaire kostenaftrek wordt wel beperkt.

Twee belangrijke wijzigingen voor vennootschappen

Naast de hervorming van de personenbelasting zijn er ook twee belangrijke wijzigingen die een rechtstreekse impact hebben op de fiscale planning van vennootschappen en hun bedrijfsleiders.

1. Hogere roerende voorheffing op VVPRbis-dividenden en liquidatiereserves

De tarieven van de roerende voorheffing bij dividenduitkeringen via het VVPRbis-regime en de liquidatiereserves verhoogd.

VVPRbis-regime

Voor dividenden die vanaf 1 juli 2026 worden toegekend of betaalbaar gesteld, stijgt het tarief van de roerende voorheffing van 15% naar 18%. Deze verhoging geldt ook voor aandelen die vóór de wetswijziging werden uitgegeven.

Liquidatiereserves

Bij de aanleg van een liquidatiereserve blijft de afzonderlijke aanslag van 10% behouden. Voor reserves die betrekking hebben op boekjaren die eindigen vanaf 31 december 2025, stijgt de roerende voorheffing bij uitkering na een wachttermijn van drie jaar van 6,5% naar 9,8%. Hierdoor komt de totale effectieve belastingdruk op ongeveer 18%, exclusief vennootschapsbelasting.

Voor oudere liquidatiereserves blijven overgangsregelingen gelden, waardoor een uitkering tegen 5% of 6,5% roerende voorheffing mogelijk blijft. Bij uitkering naar aanleiding van de vereffening van de vennootschap blijft in principe geen bijkomende roerende voorheffing verschuldigd.

Deze wijzigingen maken het belangrijk om de timing van dividenduitkeringen zorgvuldig te plannen.

2. Hogere minimumbezoldiging voor bedrijfsleiders

Om als kleine vennootschap het verlaagde tarief van 20% vennootschapsbelasting op de eerste € 100.000 belastbare winst te kunnen toepassen, moet in principe aan minstens één bedrijfsleider een minimumbezoldiging worden toegekend.

Vanaf aanslagjaar 2027 stijgt deze minimumbezoldiging van € 45.000 naar € 51.000. Het bedrag wordt vervolgens jaarlijks geïndexeerd.

Bovendien mogen forfaitair gewaardeerde voordelen van alle aard, zoals een bedrijfswagen of een gratis ter beschikking gestelde woning, voortaan maximaal 20% van de totale bezoldiging uitmaken.

De bestaande uitzonderingen blijven behouden. Zo geldt de minimumbezoldigingsvoorwaarde niet voor kleine vennootschappen gedurende hun eerste vier belastbare tijdperken. Ook wanneer de belastbare winst lager ligt dan de minimumbezoldiging, volstaat in principe een bezoldiging die minstens gelijk is aan die belastbare winst.

In het licht van deze wijzigingen is het voor bedrijfsleiders dan ook aangewezen om zowel hun verloningspakket als de geplande dividenduitkeringen te evalueren en waar nodig bij te sturen.

Wat betekent dit voor jouw fiscale planning?

De hervorming introduceert nieuwe fiscale voordelen, maar beperkt tegelijk een aantal bestaande gunstregimes.

Voor gezinnen en zelfstandigen met een eenmanszaak is het belangrijk om de impact op hun netto-inkomen te evalueren. Voor bedrijfsleiders verdienen vooral de hogere roerende voorheffing op dividenduitkeringen en de verhoging van de minimumbezoldiging bijzondere aandacht.

De experten van Lemon Consult bekijken graag welke gevolgen deze wijzigingen hebben voor jouw fiscale en familiale planning en hoe je hierop kunt anticiperen.

Steve Bossuyt
Gecertificeerd belastingadviseur