De keuze om te huwen of samen te wonen is vaak een persoonlijke en emotionele beslissing. Toch heeft die keuze ook belangrijke gevolgen op juridisch en financieel vlak. In deze reeks lichten we de belangrijkste verschillen en gelijkenissen toe tussen huwen en samenwonen. In dit eerste artikel zoomen we in op de impact van je keuze op je pensioen.

Het verschil voor het wettelijk pensioen

Algemene regel: geen impact op het wettelijk pensioen

Voor de berekening van je wettelijk pensioen maakt het in principe geen verschil of je gehuwd bent, wettelijk samenwoont, feitelijk samenwoont of alleenstaand bent. Het pensioen wordt immers per persoon berekend, op basis van de eigen loopbaan. Hebben beide partners gewerkt, dan heeft ieder recht op een eigen pensioen.

Het gezinspensioen: enkel voor gehuwden

Gehuwden waarvan slechts één van de partners gewerkt heeft of waarvan één van hen geen of een beperkt (beroeps)inkomen heeft, hebben echter wel een voordeel ten opzichte van een samenwonend koppel.

Het pensioen van de werkende huwelijkspartner wordt in dat geval immers berekend volgens het percentage van het gezinspensioen. Dit betekent dat het pensioen als alleenstaande verhoogd wordt met ongeveer 25%. De pensioendienst gaat zelf na wat het voordeligst is: een gezinspensioen of twee pensioenen als alleenstaande.

Ben je feitelijk of wettelijk samenwonend, dan heb je geen recht op een gezinspensioen. Ook een gepensioneerde ambtenaar zal steeds een eigen individueel pensioen ontvangen. Het pensioenstelsel van de ambtenaren kent immers geen gezinspensioen.

Overlevingspensioen: bescherming voor de langstlevende echtgenoot

Wanneer je gehuwd bent en je partner overlijdt, dan kan je onder bepaalde voorwaarden recht hebben op een overlevingspensioen. Dat is een pensioen dat wordt toegekend op basis van de loopbaan van je overleden echtgenoot.

De belangrijkste voorwaarden zijn de volgende:

  • De langstlevende echtgenoot moet minstens 51 jaar oud zijn (indien de huwelijkspartner in 2026 is overleden). Deze leeftijdsgrens wordt jaarlijks met 1 jaar verhoogd, tot de minimumleeftijd in 2030 55 jaar bedraagt.
  • Het huwelijk tussen de overledene en de langstlevende moet ten minste één jaar geduurd hebben (of u bevindt zich in een situatie die zo beschouwd wordt).

Enkel gehuwden kunnen in aanmerking komen voor een overlevingspensioen. Wettelijk en feitelijk samenwonenden daarentegen hebben geen recht op een overlevingspensioen indien één van de partners komt te overlijden.

Wat als het huwelijk minder dan één jaar heeft geduurd?

Was je minder dan één jaar gehuwd, dan is er geen recht op een overlevingspensioen. Een uitzondering geldt voor de langstlevende partner van een vastbenoemd ambtenaar: de weduw(e)naar zal wel kunnen genieten van een overlevingspensioen, al zal dit in tijd beperkt zijn tot 12 maanden.

Wat als je niet voldoet aan de minimumleeftijd?

Voldoe je op het moment van overlijden van je partner nog niet aan de minimumleeftijd? Dan heb je geen recht op een overlevingspensioen, maar wel op een overgangsuitkering. Al naargelang de gezinssituatie, zal de overgangsuitkering tussen de 1,5 en 4 jaar lopen.

Aandachtspunt bij nieuw huwelijk

Wanneer je hertrouwt, zal het overlevingspensioen worden geschorst vanaf de maand die volgt op het huwelijk. Feitelijk of wettelijk samenwonen heeft daarentegen geen invloed op het overlevingspensioen.

Echtscheidingspensioen: enkel na een huwelijk

Wie gescheiden is, kan vanaf zijn of haar eigen pensioenleeftijd mogelijks een echtscheidingspensioen ontvangen. Dat is een extra pensioenbedrag, bovenop je eigen wettelijk pensioen, berekend op basis van de loopbaan van je ex-partner. De toekenning van het echtscheidingspensioen heeft geen invloed op het pensioen van je ex-partner.

Het echtscheidingspensioen is bedoeld ter bescherming van de partner die niet of minder gewerkt heeft, om bijvoorbeeld voor de kinderen te zorgen en het huishouden te runnen.

Voorwaarden

De belangrijkste voorwaarden om recht te hebben op een echtscheidingspensioen zijn de volgende:

  • U heeft recht op een eigen rustpensioen.
  • Het echtscheidingspensioen is er enkel voor wie gehuwd was met een werknemer of een zelfstandige. Was je ex-huwelijkspartner tijdens het huwelijk enkel ambtenaar, dan kan je geen aanspraak maken op een echtscheidingspensioen. Als (niet-hertrouwde) ex-huwelijkspartner van een overleden vastbenoemd ambtenaar kan je wel recht hebben van een overlevingspensioen.

Het echtscheidingspensioen geldt niet voor koppels die feitelijk of wettelijk hebben samengewoond.

Wat bij een nieuwe relatie?

Belangrijk: om een echtscheidingspensioen te behouden, mag je niet hertrouwd zijn, tenzij dat nieuwe huwelijk intussen opnieuw ontbonden werd door echtscheiding of overlijden. Leer je dus een nieuwe partner kennen, dan kan het voor je pensioen interessanter zijn om feitelijk of wettelijk te gaan samenwonen in plaats van opnieuw te trouwen.

Conclusie

Op het vlak van pensioen biedt trouwen op vandaag nog steeds meer bescherming dan samenwonen. Vooral het gezinspensioen, het overlevingspensioen en het echtscheidingspensioen maken een wezenlijk verschil. Neem bij de keuze om te huwen dan wel samen te wonen, zeker ook de pensioenimpact mee in overweging.

Lore Ockier
Expert fiscale en familiale planning