Als de wetteksten tijdig gestemd raken, treedt op 1 januari 2026 de nieuwe meerwaardebelasting in werking. Deze belasting is onder meer van toepassing op meerwaarden die je realiseert bij de verkoop van effecten en de aandelen van je familiebedrijf. Maar wat is de impact als je deze aandelen en andere effecten in een maatschap hebt ondergebracht?

De meerwaardebelasting in een notendop

De meerwaardebelasting viseert drie categorieën van meerwaarden:

  • Interne meerwaarden: dit zijn meerwaarden die ontstaan wanneer aandelen worden verkocht aan een vennootschap die de overdrager, al dan niet samen met zijn familie, rechtstreeks of onrechtstreeks controleert. Het betreft – kort door de bocht – de situatie waarbij een ondernemer zijn bedrijf verkoopt aan een eigen holdingvennootschap. Dergelijke meerwaarden ondergaan voortaan een taxatie aan een tarief van 33%, zonder dat een vrijgestelde schijf van toepassing is.
  • Meerwaarden bij aanmerkelijk belang: hierbij worden meerwaarden geviseerd die worden verwezenlijkt wanneer de verkoper minstens 20% van de aandelen bezit van de vennootschap waarvan de aandelen worden overgedragen.

Deze meerwaarden zijn belastbaar volgens progressieve tarieven:

Een eerste schijf van 1 miljoen euro wordt vrijgesteld. Deze vrijstelling kan evenwel slechts éénmaal  per periode van vijf opeenvolgende jaren worden toegepast, om gespreide verkopen tegen te gaan. Als je de vrijgestelde schijf volledig gebruikt in een bepaald jaar, dan zal je dus in de 4 volgende jaren geen vrijstelling meer kunnen inroepen.

  • Algemene meerwaarden: het gaat in deze categorie om meerwaarden die je verwezenlijkt bij de verkoop van financiële activa die niet onder één van de eerste twee categorieën vallen. Het gaat met andere woorden om meerwaarden die gerealiseerd worden op beleggingen (obligaties, aandelen, ETF’s, beleggingsgoud,…), maar evengoed om een aandeelhouder van een onderneming die een participatie van 19% (< 20%) bezit en zijn aandelen verkoopt.

Deze meerwaarden worden belastbaar tegen een tarief van 10%.

Daarbij wordt wel voorzien in een jaarlijkse vrijstelling van de eerste schijf van € 10.000 aan meerwaarden. Deze vrijstelling is bovendien beperkt overdraagbaar. In de mate dat je de eerste € 1.000 van deze vrijstelling niet gebruikt in een bepaald jaar, kan je het ongebruikte deel van deze eerste € 1.000 immers overdragen naar de volgende jaren. Op die manier kan je maximaal € 5.000 overdragen. Dit betekent concreet dat als je 5 jaar lang geen meerwaarden realiseert en dus elk jaar € 1.000 ongebruikte vrijstelling overdraagt, je in het 6e jaar recht hebt op een maximale vrijstelling van € 15.000.

De nieuwe meerwaardebelasting zou in werking treden vanaf 1 januari 2026, waarbij het de bedoeling is om enkel meerwaarden te taxeren die werden opgebouwd vanaf die datum. Historische meerwaarden, opgebouwd vóór 1 januari 2026, zijn vrijgesteld.

Voor alle aandelen, obligaties, fondsen,… moet dus op 31 december 2025 een ‘foto’ worden genomen van de waarde op dat moment, zodat bij een latere verkoop kan worden nagegaan welk deel van de meerwaarde na 1 januari 2026 werd opgebouwd. Het vaststellen van de waarde op 31 december 2025 kan op verschillende manieren gebeuren, afhankelijk van het type effect waarover het gaat. Hier gaan we niet verder op in.

Wat met effecten in een maatschap?

Toerekening aan de vennoten

Een maatschap die wordt opgezet in het kader van een familiale vermogensplanning heeft geen rechtspersoonlijkheid en is fiscaal transparant. Dit betekent dat alle inkomsten die een maatschap genereert vanuit fiscaal oogpunt aan de achterliggende vennoten worden toegerekend, in verhouding tot hun aandeel in de maatschap.

Houdt een maatschap effecten aan en realiseert zij bij de verkoop ervan een meerwaarde, dan zal die meerwaarde voor de toepassing van de meerwaardebelasting ook aan de achterliggende vennoten worden toegerekend. Dit kan voordelig zijn, met name in functie van het benutten van de vrijgestelde schijf van € 10.000.

Voorbeeld: Jan en Nancy hebben een beleggingsportefeuille ondergebracht in een maatschap en de aandelen van de maatschap vervolgens in volle eigendom aan hun 3 kinderen geschonken, elk voor 1/3 (*). In de loop van het jaar worden in de maatschap verschillende transacties gedaan, die resulteren in een totale meerwaarde van € 45.000. Vanuit fiscaal oogpunt wordt deze meerwaarde toegerekend aan elk van de kinderen, elk voor € 15.000. Elk van de kinderen zal gebruik kunnen maken van z’n vrijgestelde schijf van € 10.000, waardoor er bij elk van hen nog een te belasten bedrag blijft van € 5.000 (uiteraard nog samen te tellen met meerwaarden die de kinderen zelf, buiten de maatschap om, nog zouden realiseren). De belasting, die ten laste komt van de kinderen, bedraagt bijgevolg 3 keer € 500 (5.000 x 10%).

(*) In de praktijk houden ouders vaak zelf nog enkele aandelen in de maatschap aan. Hiervan wordt in dit voorbeeld abstractie gemaakt.

Blote eigendom en vruchtgebruik

Belangrijk is ook dat als effecten gesplitst zijn in blote eigendom en vruchtgebruik, de blote eigenaar wordt aangemerkt als belastingplichtige. De meerwaardebelasting komt integraal te zijnen laste.

Dit brengt het opvallende gevolg met zich mee dat de meerwaardebelasting vaak zal moeten worden betaald door de kinderen, terwijl die niet zelf tot de verkoop van de aandelen of effecten hebben besloten. Het is dan ook aangewezen dat ouders en kinderen hierover in de toekomst de nodige afspraken maken.

Voorbeeld: Peter en Lutgarde hebben de aandelen van het familiebedrijf ondergebracht in een maatschap en de aandelen van de maatschap vervolgens in blote eigendom geschonken aan hun enige dochter, Femke. Peter en Lutgarde, die ook zaakvoerder zijn van de maatschap, behielden zichzelf het vruchtgebruik voor. Enkele jaren later beslissen Peter en Lutgarde, als zaakvoerder van de maatschap, om de aandelen van het familiebedrijf te verkopen. De verkoopsom komt toe aan de maatschap.

Bij de verkoop wordt een meerwaarde gerealiseerd van 3 miljoen euro. Aangezien de blote eigenaar als belastingplichtige wordt beschouwd, zal dochter Femke deze meerwaarde moeten opnemen in haar aangifte in de personenbelasting en de belasting (zijnde € 31.250, na toepassing van de vrijgestelde schijf van 1 miljoen euro) moeten betalen.

Opgelet bij inbreng in een maatschap

Bovenstaande voorbeelden gaan uit van de situatie waarbij er reeds een maatschap is die aandelen of andere effecten aanhoudt.

Maar ook bij de oprichting van een maatschap moet je rekening houden met de eventuele toepassing van de meerwaardebelasting. Op basis van de eerste interpretaties van de wetteksten kan een inbreng in een maatschap beschouwd worden als een gedeeltelijke vervreemding van de betrokken effecten, waardoor er ook sprake kan zijn van een gedeeltelijke verwezenlijking van een meerwaarde.

Voorbeeld: Stefaan en Monique zijn met elkaar gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen. Stefaan is eigenaar van een effectenportefeuille ter waarde van 1 miljoen euro. Monique beschikt over een geldsom van 1 miljoen euro op haar spaarrekening. Zij richtten samen een maatschap op waarin zij hun respectievelijke effectenportefeuille en spaargelden inbrengen.

Door de inbreng worden zij samen eigenaar van het vermogen dat aan de maatschap toebehoort. Stefaan wordt met andere woorden voor de helft eigenaar van de spaargelden en Monique wordt voor de helft eigenaar van de effectenportefeuille.

Deze transactie kan leiden tot de heffing van de nieuwe meerwaardebelasting. Stefaan heeft als het ware de helft van zijn effecten ‘verkocht’ aan Monique. In de mate dat hij hier een meerwaarde op ‘realiseert’, moet de meerwaardebelasting worden toegepast. Of en in welke mate er effectief belasting verschuldigd is, hangt af van de aanschaffingswaarde van de betrokken effecten.

Dit voorbeeld maakt duidelijk hoe de meerwaardebelasting een rol kan spelen bij de oprichting van een maatschap. In de praktijk komt het echter veelvuldig voor dat de ene partij een effectenportefeuille of aandelen van een familiebedrijf inbrengt, terwijl een andere partij een beperkte geldsom van bijvoorbeeld € 1.000 inbrengt. Ook in dat geval is er sprake van een ‘overdracht’ van effecten van de ene partij naar de andere, zij het in zeer beperkte mate. In dergelijke gevallen zal de meerwaardebelasting vaak beperkt zijn of zelfs helemaal achterwege blijven, maar er moet wel rekening mee gehouden worden bij het vaststellen van meerwaarden en het bepalen van de vrijgestelde schijf op andere transacties.

Het voorgaande betekent overigens ook dat er geen belastbare meerwaarde optreedt bij de inbreng in een maatschap van financiële activa die reeds tot het onverdeeld of gemeenschappelijk vermogen van twee echtgenoten behoren, waarbij de maatschap enkel wordt opgericht door deze echtgenoten.

Geen taxatie bij schenking

De meerwaardebelasting viseert enkel transacties onder bezwarende titel. Een overdracht door schenking valt bijgevolg niet onder het toepassingsgebied.

Opgelet: bij transacties na de schenking wordt de meerwaarde wel berekend op basis van de historische aanschaffingswaarde van de schenker, niet op de waarde ten tijde van de schenking.

Voorbeeld: Claudine is eigenaar van een effectenportefeuille ter waarde van 1 miljoen euro. Samen met haar zoon Bram richt zij een maatschap op. Claudine brengt haar effectenportefeuille in, Bram een beperkte geldsom van € 1.000. Voor een beperkt deel heeft Claudine dus haar effectenportefeuille overgedragen aan Bram, wat kan leiden tot een (beperkte) toepassing van de meerwaardebelasting (zie hiervoor).

Vervolgens gaat Claudine over tot de schenking van haar aandelen in de maatschap aan Bram. Op deze overdracht is de meerwaardebelasting niet van toepassing.

Vervolgens worden er binnen de maatschap diverse transacties gedaan. Voor de berekening van de belastbare meerwaarde moet rekening worden gehouden met de historische aanschaffingswaarde in hoofde van Claudine, niet met de waarde ten tijde van de schenking.

De nieuwe meerwaardebelasting brengt dus heel wat uitdagingen met zich mee, ook voor wie z’n vermogen via een maatschap heeft gestructureerd. Maar ook na de invoering van de meerwaardebelasting blijft de maatschap een uiterst nuttig planningsinstrument. Dat de vrijgestelde schijf bij elk van de achterliggende vennoten kan worden toegepast, is alvast een onmiskenbaar voordeel.

Dieter Bossuyt
Gecertificeerd belastingadviseur