Hoe betrek je jouw partner in de zaak?

Wanneer je partner meewerkt in jouw onderneming, is het belangrijk om stil te staan bij de fiscale en sociaalrechtelijke gevolgen, én bij de mogelijke aansprakelijkheden. De manier waarop je dit het best organiseert, hangt af van de structuur waarin je werkt.

Je werkt onder een eenmanszaak

Wanneer je in een eenmanszaak werkt en je gehuwd of wettelijk samenwonend bent, krijgt je partner die regelmatig meewerkt het statuut van meewerkende echtgenoot/echtgenote. Ben je feitelijk samenwonend, dan spreekt men van een zelfstandig helper. Je partner kan in dit geval niet als werknemer aangeworven worden, omdat er geen ondergeschikt verband kan bestaan — een wettelijke voorwaarde voor een arbeidsovereenkomst.

Als meewerkende partner wordt een deel van de inkomsten van de eenmanszaak aan jou toegewezen, waardoor je — net zoals je partner — sociale bijdragen verschuldigd bent en sociale bescherming geniet. Je bouwt rechten op zoals pensioen, uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid en ouderschapsverlof.

Je werkt met een vennootschap

Voer je je beroepsactiviteit uit via een vennootschap, dan kan je partner als werknemer in de vennootschap werken, maar daarbij moet je kunnen aantonen dat er effectief een relatie van ondergeschiktheid bestaat. Door de hoge sociale lasten is dit statuut echter vaak minder interessant, tenzij je gebruik kan maken van bepaalde vrijstellingen van werkgeversbijdragen.

Daarnaast kan je partner in de vennootschap werken als zelfstandig bestuurder, in hoofd‑ of bijberoep. Bij een bijberoep — wanneer je partner elders minstens halftijds werkt — zijn de sociale bijdragen lager of zelfs nihil, maar worden er geen bijkomende sociale rechten opgebouwd. Werkt je partner als zelfstandige in hoofdberoep en betaalt hij of zij de minimum sociale bijdragen? Dan geldt volledige sociale bescherming.

Is je partner aandeelhouder zonder bestuursmandaat, dan wordt hij of zij beschouwd als werkend vennoot. Heeft je partner wél een mandaat, dan is hij of zij bestuurder. Die keuze kan gevolgen hebben, bijvoorbeeld wanneer je een onroerend goed (gedeeltelijk) aan de vennootschap verhuurt aan een voor de fiscus te hoge huurprijs.

Zorg voor voldoende financiële bescherming

Historisch hielpen partners vaak kosteloos mee in de zaak. Dat lijkt voordelig – er zijn immers geen sociale bijdragen verschuldigd – maar het brengt belangrijke risico’s met zich mee. Wanneer de relatie eindigt, dan kan de partner die jarenlang onbezoldigd meewerkte zonder pensioenrechten én zonder opgebouwd vermogen achterblijven.

Daarom is het aangewezen de meewerkende partner correct te vergoeden. Dat kan via een loon, maar ook door hem of haar te betrekken in het aandeelhouderschap zodat de partner mee profiteert van de waardeontwikkeling van de onderneming.

Ook de gekozen samenlevingsvorm speelt een belangrijke rol in de bescherming van je partner. Meer over de verschillende samenlevingsvormen lees je hier .