Volgend scenario komt je misschien bekend voor: je hebt een aardig vermogen opgebouwd en beseft dat je kinderen bij je overlijden een aanzienlijke som aan erfbelasting zullen moeten betalen. Daarom overweeg je om al een deel van je vermogen aan hen over te dragen. Tegelijk roept die gedachte vragen op. Een schenking betekent immers dat je definitief afstand doet van je vermogen. Zal je nog voldoende middelen overhouden om je levensstandaard te behouden? En zullen je kinderen zorgvuldig omgaan met het vermogen dat je hebt opgebouwd?
De maatschap kan hiertoe een oplossing bieden. Ze maakt het mogelijk om vermogen aan de volgende generatie over te dragen en tegelijk een zekere mate van controle en inkomsten te behouden. Maar net dat controlebehoud krijgt steeds meer aandacht van de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel).
Wat is een maatschap?
Een maatschap is een eenvoudige vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid. Minstens twee personen brengen geld of andere goederen samen om die in hun gezamenlijk belang te beheren. Denk bijvoorbeeld aan een beleggingsportefeuille, aandelen van een familiale vennootschap of een kunstcollectie. In ruil voor hun inbreng ontvangen de vennoten aandelen van de maatschap.
De maatschap wordt opgericht via een onderhandse overeenkomst. Een notariële akte of publicatie van de statuten is niet vereist. De vennoten beschikken over een ruime contractuele vrijheid om de werking van de maatschap af te stemmen op hun familiale situatie.
In de statuten worden de afspraken tussen de vennoten vastgelegd. Zo wordt onder meer bepaald:
- wie het vermogen beheert;
- welke bevoegdheden de zaakvoerder heeft;
- welke beslissingen aan de vennoten worden voorgelegd en met welke meerderheid daarover wordt gestemd;
- hoe de winsten worden verdeeld;
- de duurtijd van de maatschap;
- onder welke voorwaarden vennoten kunnen toe- of uittreden;
- wat er gebeurt bij overlijden of onbekwaamheid van een vennoot of zaakvoerder.
De vennoten kunnen één of meerdere zaakvoerders aanstellen. In het kader van een familiale vermogensplanning worden de ouders vaak als zaakvoerder aangeduid. Zo kunnen zij het dagelijkse beheer van het ingebrachte vermogen blijven voeren.
De omvang van hun bevoegdheden wordt vastgelegd in de statuten. Daarbij moet een evenwicht worden gezocht tussen het gewenste controlebehoud van de ouders en een daadwerkelijke betrokkenheid van de kinderen als vennoten.
Hoewel de maatschap geen rechtspersoonlijkheid heeft, heeft zij een eigen naam, ondernemingsnummer en bankrekening. Zij moet worden ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen en haar uiteindelijke begunstigden moeten worden opgenomen in het UBO-register.
De administratieve verplichtingen blijven relatief beperkt. Afhankelijk van de omvang van haar ontvangsten kan de maatschap een vereenvoudigde boekhouding voeren. Ze is niet verplicht om haar jaarrekening neer te leggen en te publiceren.
Fiscaal is de maatschap transparant. Zij wordt zelf niet onderworpen aan de vennootschaps- of rechtspersonenbelasting. De inkomsten worden rechtstreeks toegerekend aan en belast bij de vennoten volgens hun gerechtigdheid, ongeacht of deze inkomsten daadwerkelijk worden uitgekeerd of binnen de maatschap blijven.
Schenking van de aandelen van de maatschap
De oprichting van een maatschap leidt op zichzelf niet tot een overdracht van vermogen aan de volgende generatie. Daarvoor is een afzonderlijke schenking vereist. In de praktijk wordt dit op één van de hierna volgende manieren georganiseerd.
Eerst de maatschap oprichten en daarna de aandelen schenken
De ouders kunnen eerst zelf de maatschap oprichten en daarin hun vermogen inbrengen. In ruil ontvangen zij aandelen van de maatschap. Vervolgens schenken zij die aandelen geheel of gedeeltelijk aan hun kinderen. Deze schenking gebeurt via een notariële akte.
Op de schenking is in principe 3% schenkbelasting verschuldigd wanneer zij gebeurt tussen partners of in rechte lijn. Voor schenkingen aan andere personen geldt een tarief van 7%. Wanneer aandelen van een familiale vennootschap via een maatschap worden aangehouden, kan onder bepaalde voorwaarden een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van schenkbelasting van toepassing zijn.
Aan de schenking kunnen verschillende voorwaarden en lasten worden verbonden. Zo kan onder meer worden voorzien in:
- een beding van terugkeer bij vooroverlijden van een kind;
- een voorbehoud van vruchtgebruik;
- een jaarlijkse rente ten voordele van de schenker;
- een vervreemdingsverbod;
- een uitsluitingsclausule;
- een restschenking ten voordele van de kleinkinderen of de andere kinderen.
Omdat de schenking wordt geregistreerd en de schenkbelasting onmiddellijk wordt betaald, wordt definitief met de fiscus afgerekend. Bij een later overlijden van de schenker is op dit vermogen geen erfbelasting meer verschuldigd.
Eerst schenken en daarna de maatschap oprichten
Een andere mogelijkheid is dat de ouders eerst geld of effecten aan hun kinderen schenken. Vervolgens brengen de kinderen het geschonken vermogen in een maatschap in.
De schenking kan gebeuren via een klassieke hand- of bankgift. De ouders maken het vermogen rechtstreeks over aan hun kinderen en leggen de modaliteiten van de schenking vast in de begeleidende bewijsdocumenten, zoals de intentiebrief en de pacte adjoint.
Daarna brengen de kinderen het ontvangen vermogen in de maatschap in. De ouders kunnen voor een beperkt bedrag mee vennoot worden en in de statuten als zaakvoerder worden aangesteld.
Een voordeel van deze werkwijze is dat de schenking niet noodzakelijk aan schenkbelasting wordt onderworpen. Daartegenover staat dat voor een niet-geregistreerde schenking een risicoperiode van vijf jaar geldt. Overlijdt de schenker binnen die periode, dan wordt het geschonken vermogen alsnog aan erfbelasting onderworpen.
Als de schenker tijdens deze periode bijvoorbeeld ernstig ziek wordt, kan de schenking alsnog vrijwillig worden geregistreerd. Er is dan schenkbelasting verschuldigd, maar geen erfbelasting meer, zelfs wanneer de schenker binnen de termijn van vijf jaar overlijdt.
Ook aan een hand- of bankgift kunnen voorwaarden en modaliteiten worden gekoppeld. Denk bijvoorbeeld aan een beding van terugkeer, een vervreemdingsverbod, een uitsluitingsclausule of een last tot betaling van een lijfrente. Wil de schenker schenken met voorbehoud van vruchtgebruik of met een restschenking, dan is een notariële akte vereist. In dat geval kan geen gebruik worden gemaakt van een hand- of bankgift.
De inbreng ten behoeve van een derde of zgn. “bierroute”
Een derde mogelijkheid is de techniek van de inbreng in een maatschap ten behoeve van een derde, beter bekend als de zogenaamde “bierroute”. Daarbij richten de ouders en de kinderen samen een maatschap op met een beperkte initiële inbreng. Stel bijvoorbeeld dat de ouders samen € 10 inbrengen en de kinderen samen € 990. De kinderen brengen dan 99% van het aanvangsvermogen in en verkrijgen ook 99% van de aandelen van de maatschap. De ouders verkrijgen 1% van de aandelen.
Vervolgens brengen de ouders het vermogen dat zij wensen over te dragen, bijvoorbeeld een effectenportefeuille van € 1.000.000, in de maatschap in zonder dat nieuwe aandelen worden uitgegeven. Doordat de bestaande aandelenverhouding behouden blijft, komt de waardevermeerdering van de maatschap voor 99% ten goede aan de kinderen. De bijkomende inbreng van € 1.000.000 resulteert aldus in een onrechtstreekse schenking van ongeveer € 990.000 aan de kinderen.
Deze bijkomende inbreng zonder uitgifte van nieuwe aandelen wordt beschouwd als een onrechtstreekse schenking van de ouders aan de kinderen. Om de schenking en de eraan gekoppelde voorwaarden te bewijzen, wordt doorgaans gewerkt met een intentiebrief, notulen van de algemene vergadering die over de bijkomende inbreng beslist en een pacte adjoint waarin de schenking en haar modaliteiten worden bevestigd.
Net zoals bij een hand- of bankgift is op deze onrechtstreekse schenking in principe geen schenkbelasting verschuldigd zolang zij niet vrijwillig wordt geregistreerd. Overlijdt de schenker binnen vijf jaar na de inbreng, dan is alsnog erfbelasting verschuldigd. Ook hier kan ervoor worden gekozen om de schenking binnen deze termijn te laten registreren. In dat geval is bij een later overlijden geen erfbelasting meer verschuldigd, zelfs als het overlijden binnen de termijn van vijf jaar plaatsvindt.
Ook aan deze onrechtstreekse schenking kunnen verschillende voorwaarden en modaliteiten worden gekoppeld, met uitzondering van een voorbehoud van vruchtgebruik of een restschenking, waarvoor steeds een notariële akte vereist is.
Welke techniek de voorkeur verdient, hangt af van verschillende factoren, zoals de aard van het over te dragen vermogen, de leeftijd van de schenkers, hun gezondheidstoestand, de gewenste modaliteiten van de schenking en de bereidheid om onmiddellijk schenkbelasting te betalen.
Controlebehoud via de maatschap: hoe ver kan je gaan?
De maatschap blijft een bijzonder nuttig instrument bij de overdracht van vermogen aan de volgende generatie zonder onmiddellijk alle zeggenschap uit handen te geven. Uit de recente rulingpraktijk van Vlabel blijkt evenwel dat er grenzen zijn aan wat fiscaal aanvaardbaar wordt geacht. De discussie draait daarbij vooral rond de vraag hoeveel controle de schenkers na de vermogensoverdracht behouden.
Het is belangrijk te benadrukken dat Vlabel geen vaste checklist hanteert. Er bestaat geen wettelijke bepaling die aangeeft wanneer sprake is van “te veel” controle. De beoordeling door Vlabel gebeurt telkens op basis van de concrete feiten en de combinatie van verschillende elementen.
Uit recente voorafgaande beslissingen valt wel een tendens af te leiden. Vlabel lijkt vooral problemen te hebben met structuren waarbij de ouders niet alleen het dagelijkse beheer behouden, maar ook de volledige beschikkingsmacht over het geschonken vermogen. In dergelijke dossiers oordeelt Vlabel geregeld dat de kinderen wel juridisch eigenaar zijn geworden van het vermogen, maar dat zij in de praktijk niet zelf kunnen beslissen om het door hen ontvangen vermogen te activeren of in het economisch circuit te investeren.
Bij haar beoordeling houdt Vlabel onder meer rekening met:
- de vraag of de ouders als zaakvoerders exclusief bevoegd zijn om zowel daden van beheer als daden van beschikking te stellen;
- de mate waarin belangrijke beslissingen aan de algemene vergadering worden voorgelegd;
- de vraag of de kinderen daadwerkelijk inspraak hebben bij belangrijke beschikkingshandelingen;
- het bestaan van vetorechten of bijzondere meerderheden die ertoe leiden dat zonder akkoord van de ouders geen enkele belangrijke beslissing kan worden genomen;
- het feit dat de ouders exclusief de stemrechten verbonden aan de onderliggende vennootschappen blijven uitoefenen;
- bepalingen waarbij de ouders als zaakvoerder niet of slechts uiterst moeilijk kunnen worden vervangen;
- een duurtijd van de maatschap die in de praktijk samenvalt met de levensverwachting van de ouders;
- bepalingen waardoor de kinderen gedurende de volledige looptijd van de maatschap geen reële mogelijkheid hebben om zelf invloed uit te oefenen op het beheer van het geschonken vermogen.
Geen van deze elementen lijkt op zichzelf doorslaggevend te zijn. Ook in positieve beslissingen is soms sprake van een vetorecht voor de ouders op de algemene vergadering of van een belangrijke rol voor hen als zaakvoerder. Het zijn de combinatie van verschillende elementen en de globale feitelijke context die Vlabel ertoe brengen te besluiten dat sprake is van een quasi-totaal en levenslang controlevoorbehoud in hoofde van de schenkers.
Uit positieve voorafgaande beslissingen kan worden afgeleid dat het risico doorgaans afneemt wanneer de kinderen geleidelijk worden betrokken bij het beheer van het vermogen. Zo wordt onder meer belang gehecht aan de aanwezigheid van de kinderen in het bestuur of minstens aan het feit dat de statuten voorzien dat zij op termijn een actievere rol opnemen in het beheer van het familievermogen.
Ook wordt de duurtijd van de maatschap best niet rechtstreeks gekoppeld aan het leven van de ouders. Daarnaast kunnen belangrijke beslissingen, zoals het stellen van bepaalde daden van beschikking, worden voorbehouden aan de algemene vergadering. Ook kan aan de kinderen een beperkte mogelijkheid tot uittreding worden toegekend zonder dat daarvoor nog een beslissing van de ouders als vennoten of zaakvoerders vereist is. Dergelijke elementen kunnen bijdragen tot het aantonen dat de kinderen meer verkrijgen dan een louter theoretisch eigendomsrecht.
Voorzichtigheid blijft evenwel geboden. De recente rulingpraktijk toont aan dat de grens tussen aanvaardbaar controlebehoud en een volgens Vlabel te verregaand controlevoorbehoud bijzonder moeilijk te trekken is. Wat in het ene dossier aanvaard wordt, leidt in een ander dossier soms tot een negatieve beslissing. Wanneer men belangrijke vermogensbestanddelen wenst over te dragen en tegelijk een doorgedreven controle wenst te behouden, blijft een voorafgaande beslissing dan ook de enige manier om vooraf fiscale zekerheid te verkrijgen.
Meerwaardebelasting: een bijkomend aandachtspunt
Sinds de invoering van de meerwaardebelasting op financiële activa verdient ook de fiscale uitwerking van een maatschap extra aandacht. Over de werking en de belangrijkste principes van deze belasting gingen we reeds uitgebreider in ons artikel over de meerwaardebelasting. Dat betekent echter niet dat de maatschap haar nut als instrument voor successieplanning heeft verloren. Integendeel, in veel dossiers blijft zij een bijzonder geschikt vehikel om een familiaal vermogen op een gestructureerde wijze over te dragen en tegelijk afspraken te maken over het beheer ervan.
De meerwaardebelasting vormt vooral een bijkomend aandachtspunt bij bepaalde verrichtingen tijdens de looptijd van de maatschap. Zo is een voorafgaande fiscale analyse aangewezen wanneer wijzigingen worden aangebracht aan de onderlinge eigendomsverhoudingen tussen de vennoten, wanneer nieuwe vennoten toetreden of wanneer de maatschap wordt ontbonden. Dergelijke verrichtingen kunnen in bepaalde omstandigheden aanleiding geven tot een belastbaar moment in het kader van de meerwaardebelasting.
Denk bijvoorbeeld aan de oprichting van een maatschap waarbij één vennoot een effectenportefeuille inbrengt en een andere vennoot een geldsom. Door deze inbrengen verkrijgen beide vennoten gedeeltelijk rechten op elkaars inbreng. Dit kan aanleiding geven tot een belastbaar moment voor zover er een verschuiving van eigendomsrechten plaatsvindt. De meerwaardebelasting is daarbij niet zozeer het gevolg van het bestaan van de maatschap zelf, maar van de onderliggende vermogensverschuiving. Een gelijkaardig gevolg zou zich overigens ook kunnen voordoen wanneer dezelfde personen rechtstreeks een onverdeeldheid zouden creëren zonder gebruik te maken van een maatschap.
Ook bij de ontbinding van een maatschap moet vooraf worden nagegaan of dit gevolgen kan hebben op het vlak van de meerwaardebelasting. Wanneer de onderliggende activa na de ontbinding in dezelfde verhoudingen in onverdeeldheid worden aangehouden, ontstaat er geen belastbaar moment. Een effectieve verdeling van de activa tussen de vennoten kan daarentegen aanleiding geven tot belastingheffing in het kader van de meerwaardebelasting.
Conclusie
De maatschap blijft een bijzonder waardevol instrument binnen de familiale vermogensplanning. Zij laat toe vermogen op een gestructureerde wijze over te dragen en tegelijk afspraken te maken over het beheer ervan. De recente rulingpraktijk van Vlabel toont evenwel aan dat het organiseren van controlebehoud een evenwichtsoefening geworden is. Daarnaast verdient ook de meerwaardebelasting op financiële activa de nodige aandacht, in het bijzonder wanneer tijdens de looptijd van een maatschap wijzigingen worden aangebracht aan de eigendomsverhoudingen of wanneer de maatschap wordt ontbonden. Een doordachte redactie van de statuten en een zorgvuldige afstemming van de gekozen schenkingstechniek op de doelstellingen van de familie en aandacht voor mogelijke fiscale triggermomenten zijn daarom belangrijker dan ooit.
Overweeg je een maatschap op te richten of wens je bestaand vermogen via een maatschap aan de volgende generatie over te dragen? Dan begeleiden de experten van Lemon Consult je graag bij de uitwerking van een fiscaal en juridisch onderbouwde oplossing, aangepast aan jouw familiale situatie en doelstellingen.
Inge Veldeman
Expert familiale planning