De federale regering bereikte een politiek akkoord over een hervorming van de pensioenen. We zetten voor jou de belangrijkste wijzigingen op een rij, gaan na wat de impact is op je pensioendatum, welk effect de maatregelen hebben voor je pensioenbedrag en welke gevolgen er zijn voor wie al gepensioneerd is.
Impact op je pensioendatum
Een belangrijk punt om mee te beginnen: de wettelijke pensioenleeftijd wijzigt niet. Deze hangt af van uw geboortedatum en blijft 65 jaar voor wie geboren is vóór 1 januari 1960, 66 jaar voor wie geboren is tussen 1 januari 1960 en 31 december 1963 en 67 jaar voor wie geboren is vanaf 1 januari 1964.
Ook de mogelijkheden voor vervroegd pensioen blijven in principe bestaan. Wie voldoende loopbaanjaren kan aantonen, kan nog altijd vervroegd met pensioen vanaf 60 jaar na 44 loopbaanjaren, vanaf 61 jaar na 43 loopbaanjaren of vanaf 63 jaar na 42 loopbaanjaren.
Definitie loopbaanjaar wordt strenger
De belangrijkste wijziging gaat over het aantal gewerkte dagen dat je nodig hebt om een jaar te laten meetellen als loopbaanjaar. Op vandaag telt elk jaar waarin je minstens 104 gewerkte of gelijkgestelde dagen hebt mee als loopbaanjaar. Vanaf 1 januari 2027 wordt dit criterium strenger en zullen enkel nog de jaren met 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen in aanmerking komen.
Deze wijziging kan voor sommigen betekenen dat hun vroegste pensioendatum uitgesteld wordt, maar er zijn een aantal overgangsmaatregelen voorzien. Zo heeft deze wijziging geen invloed op de pensioendatum voor wie al in 2025 of 2026 met vervroegd pensioen kan gaan. Voor wie geboren is vóór 1966 en in 2025 dus 60 jaar of ouder is, wordt de pensioendatum maximum één jaar uitgesteld. Wie geboren is in 1966 en in 2025 dus 59 jaar is, zal maximum twee jaar later met pensioen gaan dan oorspronkelijk gepland.
Versoepeling voor lange loopbanen
Tegelijk introduceert de hervorming ook een nieuwe mogelijkheid om vervroegd op pensioen te gaan na een lange loopbaan. Vanaf 2027 wordt het mogelijk om op 60 jaar op pensioen te gaan als je 42 loop- baanjaren van minstens 234 effectief gewerkte dagen kan voorleggen. Voor deze nieuwe regeling wordt alleen tijdelijke werkloosheid gelijkgesteld met een gewerkte periode. Periodes van ziekte, zorgverlof, SWT,… tellen niet mee.
Specifieke maatregelen voor ambtenaren
Voor ambtenaren die tot nu toe konden rekenen op gunstigere pensioenregelingen, zijn er een aantal specifieke maatregelen. Zo wordt onder andere de pensioenleeftijd van militairen en treinpersoneel verhoogd.
Daarnaast verdwijnen de voordelige loopbaanbreuk en de verhogingscoëfficiënt vanaf 2027 (uitgezonderd voor onderwijs, brandweer, politie en actieve diensten, zoals o.a. postbodes en douaniers). Op die manier wordt het ambtenarenpensioen meer in lijn gebracht met het pensioen van werknemers en zelfstandigen.
Nazicht van jouw persoonlijke situatie
Op mypension.be kan je je wettelijke en vroegste pensioendatum terugvinden. De nieuwe maatregelen hebben sowieso geen invloed op je wettelijke pensioendatum. Wanneer je vroegste pensioendatum in 2027 of later valt, is het mogelijk dat deze datum wijzigt.
Zolang de geplande hervormingen nog niet zijn omgezet in wetgeving, zal mypension.be hiermee nog geen rekening houden.
Impact op je pensioenbedrag
Bonus-malussysteem
Vanaf 2026 wordt een nieuw systeem ingevoerd dat langer werken beloont en vroeger stoppen bestraft.
Malus bij vervroegd pensioen
Wie vervroegd op pensioen gaat, zal minder pensioen genieten, tenzij aan twee specifieke voorwaarden wordt voldaan. Ten eerste moet je een loopbaan van 35 jaar kunnen aantonen waarvan elk jaar minstens 156 effectief gewerkte dagen bevat. Ten tweede moet je over je volledige loopbaan samen 7.020 effectief gewerkte dagen kunnen voorleggen.
Hierbij worden zorgverlof, moederschapsverlof, militaire dienst en tijdelijke werkloosheid gelijkgesteld als gewerkte dag, terwijl dit niet het geval zal zijn voor ziekte en gewone werkloosheid. Voor langdurig zieken komt er vermoedelijk wel nog een afzonderlijke regeling.
Voldoe je niet aan deze voorwaarden en vraag je je vervroegd pensioen op, dan treedt er dus een malussysteem in werking. Dit houdt in dat je pensioen, voor elk jaar dat je vroeger dan je wettelijke pensioenleeftijd op pensioen gaat, wordt verlaagd met een bepaald percentage dat afhangt van je geboortejaar. Voor wie geboren is in 1960 of vroeger geldt geen malus. Het percentage bedraagt 2% per jaar voor wie geboren is tussen 1961 en 1965, 4% per jaar voor wie geboren is tussen 1966 en 1974 en 5% per jaar voor wie geboren is in 1975 of later.
Voorbeeld: An gaat in 2028 op haar 63ste met pensioen. Om haar werk te kunnen combineren met haar gezin, heeft ze altijd halftijds gewerkt. Ze heeft een loopbaan van 42 jaar met 156 effectief gewerkte dagen, maar slechts 6.552 gewerkte dagen in haar volledige loopbaan. An is geboren in 1965. Haar wettelijk pensioen daalt met 6% (3 x 2%), aangezien ze in 2028 drie jaar vroeger met pensioen gaat dan haar wettelijke pensioendatum.
De pensioenmalus kan je vermijden door langer te werken, totdat de voorwaarden voldaan zijn. In sommige gevallen betekent dit dat je tot de wettelijke pensioenleeftijd zal moeten blijven werken.
Als je in 2025 je pensioen al kan opnemen maar toch nog wenst door te werken tot een latere datum (bijvoorbeeld in 2026), zal het malussysteem niet worden toegepast.
Nieuwe pensioenbonus bij uitstellen pensioen
De huidige pensioenbonus wordt eind dit jaar stopgezet. Vanaf 1 januari 2026 komt er wel een nieuw bonussysteem voor wie zijn pensioen uitstelt na zijn wettelijke pensioenleeftijd. Het nieuwe systeem hanteert dezelfde voorwaarden als de pensioenmalus.
Het bonussysteem houdt in dat je pensioen, voor elk jaar dat het wordt uitgesteld na je wettelijke pensioenleeftijd, wordt verhoogd met een bepaald percentage die afhangt van je geboortejaar. Het percentage bedraagt 2% per jaar voor wie geboren is in 1962 of vroeger, 4% per jaar voor wie geboren is tussen 1963 en 1972 en 5% per jaar voor wie geboren is in 1973 of later.
Ambtenarenpensioen
Ook de berekening van het ambtenarenpensioen wordt aangepast. Op vandaag wordt het ambtenarenpensioen berekend op basis van een referentiewedde, namelijk de gemiddelde wedde van de laatste tien loopbaanjaren. Voor pensioenen die ingaan vanaf 2027 zal het aantal jaar waarop de referentiewedde wordt berekend geleidelijk aan worden verhoogd tot 45 jaar. Hierdoor zal het ambtenarenpensioen in de toekomst op dezelfde manier worden berekend als het werknemers- en zelfstandigenpensioen.
Impact voor wie al met pensioen is
Vertraagde indexering
Sinds 1 juli 2025 is er reeds een aanpassing van de indexering in voege. Voortaan gebeurt de indexatie van pensioenen pas drie maanden nadat de spilindex werd overschreden, terwijl dit voorheen de maand volgend op de overschrijding werd aangepast.
Beperkte indexering voor hogere pensioenen
Bovendien wordt de indexering van de hogere pensioenen tot eind 2029 beperkt. Gepensioneerden met een pensioen van minder dan € 5.183 bruto per maand, krijgen een indexering van 2% bij overschrijving van de spilindex. Wie een pensioen geniet tussen € 5.183 en € 5.250 bruto per maand, krijgt een gedeeltelijke indexering, waardoor het bruto pensioen (bij een eerste overschrijding van de spilindex) niet kan uitstijgen boven € 5.286,17 bruto per maand. Gepensioneerden met de hoogste pensioenen, namelijk meer dan € 5.250 bruto per maand, ontvangen bij overschrijding van de spilindex een forfaitaire indexering van € 36,17. Bij elke overschrijding van de spilindex worden deze grensbedragen mee geïndexeerd.
Afschaffing perequatie ambtenarenpensioen
Voor gepensioneerde ambtenaren wordt de perequatie, die ervoor zorgt dat hun pensioenen worden aangepast aan de evolutie van de bezoldigingen van de actieve ambtenaren, vanaf 2026 afgeschaft. De volgende perequatie was voorzien voor 1 januari 2027 en zal dus niet worden uitgevoerd. De in het verleden ontvangen perequaties mogen wel behouden worden.
Lore Ockier
Expert fiscale en familiale planning